Conclusie
eerste middelklaagt over drie onderdelen van de bewijsconstructie van het onder 1 primair bewezen verklaarde opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne. Ten eerste kan uit de door het hof gebruikte bewijsmiddelen niet volgen dat gesprekken zijn gevoerd met dezelfde NN-man. Ten tweede kan daaruit niet volgen dat de huissleutel van het adres waar diverse goederen in beslag zijn genomen die duiden op het verpakken van drugs, daadwerkelijk werd opgehaald aan het adres waar de verdachte toen woonde. Ten derde is het oordeel van het hof inzake de ongeloofwaardigheid van een verklaring van de verdachte onbegrijpelijk althans onvoldoende gemotiveerd.
Uit de verklaring van [betrokkene 6] blijkt dat verdachte hem voorzag van de weed die hij moest gaan verkopen. Uit diverse telefoongesprekken en uit de verklaring van [betrokkene 1] kan blijken dat verdachte [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] voorzag van harddrugs. - Op 22 januari 2012 belde verdachte naar een NN man en vraagt hem wat 'moois' te maken zodat ze het kunnen eten voor de neef van verdachte die zo naar de man toekomt. Kort daarna belt [medeverdachte 4] met die NN-man en zegt hem dat hij er is. Hierna rijdt [medeverdachte 4] naar Enschede en spreekt daar met de NN-man af. Op 25 januari 2012 informeert de NN-man in Hengelo bij [medeverdachte 4] of de geleverde kleren goed waren [medeverdachte 4] zegt dat het geen goede was (pag. 1711-1714).”
Pag. 1711
Pag. 1711
Pag. 1775
tweede middelklaag over de bewijsconstructie van het onder 3 subsidiair door het hof ten laste van de verdachte bewezen verklaarde feit dat