Conclusie
Het eerste middel.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of een verdachte gerechtvaardigd mocht vertrouwen op een toezegging van een hoofdagent van politie dat hij niet zou worden vervolgd na terugbetaling van de benadeelden. Het hof had dit verweer verworpen met de overweging dat alleen het openbaar ministerie bevoegd is tot vervolging en dat een toezegging van een hoofdagent daaraan niet kan binden.
De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie dat in uitzonderlijke gevallen het gerechtvaardigd vertrouwen op niet-vervolging kan ontstaan door uitlatingen of gedragingen van het openbaar ministerie of daaraan toe te rekenen functionarissen, waaronder opsporingsambtenaren. Het hof had moeten onderzoeken of sprake was van een dergelijke toezegging en of de verdachte daarop mocht vertrouwen.
Het eerste middel van cassatie slaagt daarom, en het hof heeft het verweer op ontoereikende gronden verworpen. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling. De overige middelen behoeven geen bespreking.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug vanwege onvoldoende onderzoek naar gerechtvaardigd vertrouwen op niet-vervolging.