ECLI:NL:HR:2010:BN2302

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00519
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 116 lid 1 Wegenverkeerswet 1994Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering over gerechtvaardigd vertrouwen in sanctiebeschikking

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het rijden zonder rijbewijs op een tweewielige bromfiets op 6 december 2006 te Eindhoven. Het hof had het verweer van de raadsman van verdachte verworpen dat bij verdachte het gerechtvaardigde vertrouwen was gewekt dat de zaak met een sanctiebeschikking zou worden afgedaan, nadat hem een sanctiebedrag was medegedeeld. Het hof motiveerde deze verwerping door te verwijzen naar een eerdere veroordeling van verdachte voor hetzelfde feit, waardoor verdachte volgens het hof redelijkerwijs had kunnen weten dat dagvaarding zou volgen.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof deze verwerping onvoldoende had gemotiveerd. De eerdere veroordeling stond niet in de weg aan het gerechtvaardigd vertrouwen van verdachte dat in deze zaak zou worden volstaan met een sanctiebeschikking. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het de beslissing over het onder 1 tenlastegelegde feit en de strafoplegging betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing.

De Hoge Raad verwierp het beroep voor het overige en wees erop dat het eerste middel geen cassatiegrond opleverde. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 5 oktober 2010.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

5 oktober 2010
Strafkamer
nr. 09/00519
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 2 februari 2009, nummer 20/001722-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het tweede middel
3.1. Het middel komt op tegen de verwerping van een gevoerd verweer.
3.2. Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:
"hij op 6 december 2006 te Eindhoven als bestuurder van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets) heeft gereden op de weg, Kruisstraat, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde."
3.3. Het Hof heeft het in het middel bedoelde verweer als volgt samengevat en verworpen:
"De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting naar voren gebracht dat er met betrekking tot feit 1 is gehandeld in strijd met gerechtvaardigd vertrouwen, omdat bij verdachte, nadat aan hem het sanctiebedrag werd medegedeeld, de schijn is gewekt dat de zaak na ontvangst van een acceptgiro zou zijn afgedaan. Er volgde echter een dagvaarding.
Het verweer van de raadsman wordt door het hof verworpen omdat verdachte reeds eerder ter zake rijden zonder rijbewijs is veroordeeld. Verdachte kon redelijkerwijs weten dat niet kon worden volstaan met een sanctiebeschikking."
3.4. Aldus heeft het Hof de verwerping van het verweer ontoereikend gemotiveerd. De omstandigheid dat de verdachte reeds eerder is veroordeeld voor het rijden zonder rijbewijs, staat niet eraan in de weg dat in de onderhavige zaak bij hem het gerechtvaardigd vertrouwen kan zijn gewekt dat zou worden volstaan met een sanctiebeschikking.
3.5. Het middel slaagt.
4. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 5 oktober 2010.