Conclusie
“medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven”en
“medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd houden”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, onder aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro.
eerste middelklaagt dat het hof heeft verzuimd te beslissen op een verzoek van de verdediging tot het horen van een aantal getuigen (verbalisanten), alsmede op het verzoek tot het voegen van de foto’s [1] die aan getuige [getuige 1] zijn getoond.
verbalisanten betrokken bij fotobewijsconfrontaties”. Die onderbouwing houdt in essentie niets meer in dan dat de uitkomst van de betreffende fotoconfrontaties naar het oordeel van de verdediging niet betrouwbaar is. Die omstandigheid zal naar verwachting meebrengen dat de verdediging zich bij pleidooi zal verzetten tegen het gebruik van het resultaat van die fotoconfrontaties tot het bewijs. Tot het verhoor van deze getuigen noopt dit echter geenszins.
tweede middelbevat, naar ik begrijp als vervolg op het eerste middel, twee deelklachten. Ten eerste klaagt het middel dat het hof (ook) in zijn eindarrest van 21 februari 2014 heeft verzuimd te beslissen op het in de appelschriftuur gedane en op de terechtzitting van 16 augustus 2013 herhaalde verzoek tot het horen van de bij de fotoconfrontaties van [getuige 4] en [getuige 1] betrokken verbalisanten. Ten tweede klaagt het middel dat het hof een verkeerde maatstaf heeft aangelegd bij zijn afwijzing van het bij pleidooi van 7 februari 2014 gedane verzoek (i) tot het horen van de verbalisanten die bij de fotoconfrontatie van [getuige 1] waren betrokken en (ii) tot het voegen van de aan [getuige 1] getoonde foto’s. Bovendien is deze afwijzing onbegrijpelijk, aldus het middel.
relevant is voor door het hof te nemen beslissingen op grond van artikel 348 en Pro artikel 350 Sv Pro.” Om die reden mocht het hof volstaan met zijn oordeel dat het voegen niet noodzakelijk is.
derde middelklaagt tevergeefs over het ontbreken van de appelschriftuur bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn toegezonden.