Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het oordeel van het hof dat de betrokkene voordeel heeft genoten uit andere strafbare feiten dan de bewezen verklaarde feiten, ontoereikend is gemotiveerd.
tweede middelbevat de klacht dat het hof heeft verzuimd een beslissing te nemen op het ter terechtzitting in hoger beroep opnieuw gedane verzoek om zeven getuigen te horen. Ook bevat het middel een klacht over de verwerping van het verweer dat de betrokkene legale inkomsten uit horlogehandel heeft gehad.
derde middelbevat de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden, omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.