Conclusie
4.Het eerste middel
(i) daarnaast sprake is van een ten laste van de verdachte uitgesproken bewezenverklaring ter zake van het begaan van een ander misdrijf met betrekking tot hetzelfde voorwerp, door middel van welk misdrijf de verdachte dat voorwerp kennelijk heeft verworven of voorhanden heeft, of
(ii) rechtstreeks uit de bewijsvoering voortvloeit dat sprake is van - kort gezegd - het verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf, of
(iii) de juistheid in het midden is gelaten van hetgeen door of namens de verdachte met voldoende concretisering is aangevoerd met betrekking tot dit verwerven of voorhanden hebben door eigen misdrijf. [2]
5.Het tweede middel
Het gasbuisje, model CS spray No. 1 Detroit bleek bij onderzoek gedeeltelijk gevuld te zijn. Volgens opschrift zou het busje CS (traan)gas bevatten. Bij het indrukken van de spuitkop bleek dat het busje goed werkte en dat er gas vrijkwam. Het betreft een voorwerp bestemd om personen te treffen met CS (traan)gas, zijnde een weerloos makende en/of traanverwekkende of soortgelijke stof. Het betreft een wapen in de zin van artikel 2, lid 1, categorie II onder 6 van de Wet wapens en munitie.”