ECLI:NL:HR:2009:BJ8648
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vermindering taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiezaak
In deze cassatiezaak heeft de Hoge Raad het beroep van de verdachte behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De verdachte was veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren en een vervangende hechtenis van 60 dagen. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet konden leiden tot vernietiging, maar dat ambtshalve moest worden beoordeeld of de redelijke termijn was overschreden. Gezien het feit dat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, werd vastgesteld dat sprake was van een schending van het recht op een redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
Als gevolg daarvan werd het aantal uren van de taakstraf verminderd van 120 naar 114 uren en de duur van de vervangende hechtenis van 60 naar 57 dagen. Voor het overige werd het beroep verworpen en bleef het arrest in stand.
Uitkomst: De taakstraf is verminderd tot 114 uren en de vervangende hechtenis tot 57 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.