Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
16 december 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor witwassen van geldbedragen, een horloge en een auto, waarvan verdachte wist dat deze afkomstig waren uit misdrijf. Het hof baseerde zijn oordeel op onder meer bankgegevens, getuigenverklaringen en proces-verbalen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat het voorhanden hebben van contant geld direct gericht was op het verbergen van de criminele herkomst, terwijl dit geldbedrag direct afkomstig was uit eigen misdrijf. Dit leidt tot een motiveringsgebrek, maar dit is onvoldoende om het arrest geheel te vernietigen.
Daarnaast is de verbeurdverklaring van een personenauto onbegrijpelijk omdat het beslag op deze auto al was beëindigd voordat het hof de verbeurdverklaring uitspreekt. Dit onderdeel wordt vernietigd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest daarom gedeeltelijk, met name de strafoplegging, en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting en beslissing. Het overige beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest deels en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting, waarbij de verbeurdverklaring van de auto wordt vernietigd.