ECLI:NL:PHR:2015:961

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
22 mei 2015
Publicatiedatum
25 juni 2015
Zaaknummer
15/02111
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROArt. 8:18 lid 5 AwbArt. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 118 lid 2 Grondwet
Verwijzingen
9 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen cassatieberoep tegen wrakingsbeslissing bestuursrechter volgens art. 8:18 lid 5 Awb

Verzoeker heeft bij de rechtbank Amsterdam beroep ingesteld tegen besluiten van de Dienst werk en inkomen van de gemeente Amsterdam. Na oproeping voor een zitting heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter, dat op 20 februari 2015 is afgewezen. Vervolgens heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld tegen deze wrakingsbeslissing.

De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat de wet geen cassatieberoep openstelt tegen beslissingen op wrakingsverzoeken van bestuursrechters. Artikel 8:18 lid 5 Awb Pro bepaalt expliciet dat tegen dergelijke beslissingen geen rechtsmiddel openstaat. Verzoekers argument dat dit in strijd zou zijn met het EVRM wordt verworpen, omdat het EVRM geen recht op hoger beroep of cassatie geeft zolang er een rechterlijke uitspraak is gedaan.

Ook het standpunt dat verzoeker cassatie in het belang der wet kan instellen wordt afgewezen. Het beroep is mede gericht tegen het niet in behandeling nemen van een nieuw wrakingsverzoek, maar dit betreft een bepaling in de eerdere uitspraak en behoeft geen aparte bespreking. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk met toepassing van art. 80a RO.

Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de wrakingsbeslissing van de bestuursrechter wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Conclusie

15/02111
(art. 80a RO)
22 mei 2015
Mr. F.F. Langemeijer
Conclusie inzake:
[verzoeker]
1. Verzoeker tot cassatie heeft bij de rechtbank Amsterdam beroep ingesteld tegen besluiten van de Dienst werk en inkomen van de gemeente Amsterdam. De rechtbank (sector bestuursrecht) heeft het beroep in behandeling genomen. Nadat de griffier van de rechtbank verzoeker had opgeroepen voor een zitting, heeft verzoeker bij schrijven, ingekomen op 10 februari 2015, de rechter gewraakt. Bij uitspraak van 20 februari 2015 heeft de (wrakingskamer van de) rechtbank het wrakingsverzoek afgewezen en bepaald dat een volgend verzoek tot wraking, gericht tegen de rechter belast met de behandeling van de zaak, niet meer in behandeling zal worden genomen.
2. Bij beroepschrift van 20 april 2015 heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld tegen de beslissing van 20 februari 2015.
3. Het komt mij voor, dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat verzoeker klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden [1] . De bestreden beslissing is gegeven door de bestuursrechter op de voet van art. 8:18 Algemene Pro wet bestuursrecht (Awb). Art. 78 lid 4 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie houdt in dat de Hoge Raad slechts kennis neemt van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter
voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die cassatieberoep openstelt tegen een beslissing van de bestuursrechter op een wrakingsverzoek. Integendeel, art. 8:18 lid 5 Awb Pro bepaalt dat geen rechtsmiddel openstaat.
4. In onderdeel 3 van het beroepschrift wordt aangevoerd dat het bepaalde in art. 8:18 lid 5 Awb Pro in strijd is met art. 6 lid 1 en Pro/of art. 13 EVRM Pro. Ook al zou dat waar zijn, het maakt de Hoge Raad niet bevoegd om kennis te nemen van dit beroep; zie ook art. 118 lid 2 Grondwet Pro. Uit de rechtspraak van het EHRM [2] volgt bovendien dat deze verdragsbepalingen wel aanspraak geven op toegang tot een rechter, maar niet op hoger beroep of cassatieberoep indien over het desbetreffende geschilpunt een uitspraak door de rechter is gedaan. Voor zover verzoeker meent dat hij bevoegd is om beroep in cassatie in het belang der wet in te stellen, is dat standpunt onjuist; dat volgt uit art. 78 lid 1 Wet Pro op de rechterlijke organisatie.
5. Het beroepschrift is mede gericht tegen het niet in behandeling nemen door de rechtbank van een nieuw wrakingsverzoek, dat hij op 1 april 2015 bij de rechtbank zou hebben ingediend. Deze grief is in feite gericht tegen de bepaling aan het slot van de uitspraak van 20 februari 2015 dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen en behoeft daarom geen afzonderlijke bespreking.
6. De
conclusiestrekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep met toepassing van art. 80a RO.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
a. – g.

Voetnoten

1.Vgl. HR 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1388.
2.Sinds EHRM 17 januari 1970 (Delcourt/België; appl.no. 2689/65); zie punt 25.