Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
guidancebestaat ten aanzien van de maatstaf die de rechter toepast. Waar het hof uitdrukkelijk vaststelt dat dat de man geruime tijd de gelegenheid heeft gehad om een verzoekschrift tot het verkrijgen van vervangende toestemming in te dienen doch van deze gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt, kan in zijn algemeenheid niet worden volgehouden dat het hof aan de rechten en belangen van de man onvoldoende aandacht heeft besteed (in de woorden van het EHRM: ‘
due consideration’heeft gegeven). Onderdeel 1.d faalt.
family life) tussen de man en de dochter aan te nemen.
family lifezich uitstrekt ook over de relatie tussen de verwekker en het kind [14] . Nu in dit geding is vastgesteld dat de man een affectieve relatie met de moeder heeft gehad, had het hof behoren te onderzoeken of deze heeft geleid tot ‘
family life’ van de man met het kind. Onderdeel 2.b sluit hierbij aan met een subsidiaire motiveringsklacht.
family lifein de zin van art. 8 EVRM Pro. In gelijke zin heeft het hof, in cassatie onbestreden, geoordeeld (in rov. 12 van zijn beschikking). Wel is mogelijk dat de geboorte van het kind in combinatie met bijkomende omstandigheden noopt tot het aannemen van
family life. Het is dan aan de man (de biologische vader) om deze bijkomende omstandigheden te stellen en aannemelijk te maken. De bijkomende omstandigheden moeten gelegen zijn hetzij in de aard van zijn relatie met de moeder en in zijn betrokkenheid bij het kind voor en na de geboorte (in welk geval die omstandigheden moeten wijzen op voorgenomen gezinsleven), hetzij in de band die na de geboorte tussen hem als vader en het kind is ontstaan [15] .
intended family lifebinnen het bereik van artikel 8 [18] . Zoals gezegd, rust de stelplicht ten aanzien van de benodigde bijkomstige omstandigheden op de man. In rov. 13 is het hof tot de slotsom gekomen dat per saldo er onvoldoende aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de man en de dochter. Hieruit volgt dat het hof hééft onderzocht of de relatie tussen de man en de moeder in combinatie met de geboorte van de dochter uit die relatie een ‘
family life’tussen de man en het kind heeft opgeleverd, maar die vraag ontkennend heeft beantwoord. De rechtsklacht van onderdeel 2.a faalt om deze reden.
family life(of, zo voeg ik toe, op zijn recht op
private life) te kunnen spreken. De slotsom is dat ook de motiveringsklacht faalt.