Conclusie
[verdachte]
Bespreking van het verweer strekkende tot vrijspraak vanwege het gebrek aanvoldoende bewijs.
Parket bij de Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte was veroordeeld voor drie woninginbraken met braak. De bewezenverklaring berustte op het feit dat verdachte met anderen verbleef in een pand waar kort na de inbraken gestolen goederen en een bahcosleutel, passend bij de werktuigsporen van de braak, werden aangetroffen.
De verdediging betoogde dat er onvoldoende bewijs was dat verdachte zelf de inbraken had gepleegd, mede omdat er geen direct belastend bewijs was zoals DNA, camerabeelden of belastende verklaringen van medeverdachten. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het enkel verblijven in het pand met de gestolen goederen en het inbrekerswerktuig voldoende bewijs was voor schuld.
De Hoge Raad stelde dat het enkele voorhanden hebben van gestolen goederen niet zonder meer leidt tot de conclusie dat verdachte de diefstal heeft gepleegd, tenzij er aanvullende feiten of omstandigheden zijn die dat verband aannemelijk maken. Het verband tussen de bahcosleutel en verdachte was onvoldoende onderbouwd. Daarom werd het cassatieberoep gegrond verklaard en het arrest vernietigd, waarna de zaak werd terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling.
Daarnaast werd een klacht over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase geuit, maar deze werd niet behandeld omdat het tweede middel gegrond werd bevonden.
Uitkomst: Arrest vernietigd wegens onvoldoende bewijs; zaak terugverwezen naar hof voor nieuwe beoordeling.