ECLI:NL:PHR:2016:1056
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onjuistheid in behandeling voorwaardelijk getuigenverzoek bij witwaszaak
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 17 augustus 2015 het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 1 december 2014 bevestigd, waarbij verdachte is veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf voor witwassen en verbeurdverklaring van inbeslaggenomen geld.
Verdachte stelde in hoger beroep een voorwaardelijk verzoek tot het horen van een getuige, een zwager van verdachte, die een schuld van € 60.000 aan verdachte had. De voorzitter van het hof onderbrak echter het pleidooi van de raadsman en weigerde het voorwaardelijk verzoek te accepteren, stellende dat het hof geen voorwaardelijke verzoeken accepteert.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat aan een verzoek tot het horen van een getuige geen voorwaarden kunnen worden verbonden. Dit is onjuist en het niet beslissen op een dergelijk verzoek leidt op grond van artikel 330 Sv Pro jo. artikel 415 Sv Pro tot nietigheid van het arrest. Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden arrest en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd vanwege het niet beslissen op een voorwaardelijk getuigenverzoek en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.