Conclusie
middelklaagt dat het hof “het rechtsgevolg verbonden aan de (onjuist) vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn” onbegrijpelijk heeft gemotiveerd.
“Omvang betalingsverplichting
“Toetsing door de Hoge Raad als cassatierechter
Duur van de redelijke termijn
Rechtsgevolgen van overschrijding van de redelijke termijn
huidige fasevan het hoger beroep (cursivering van mij, AG) sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro van “ongeveer twee maanden”. Dit oordeel is niet gemotiveerd en mijns inziens niet begrijpelijk waarbij ik in het bijzonder in aanmerking heb genomen dat de Hoge Raad de onderhavige zaak op 22 januari 2013 terugwees en het hof op 7 augustus 2015 tot zijn uitspraak kwam. In dat licht bezien doet zich een termijnoverschrijding voor van zes maanden en ruim twee weken. Een dergelijke termijnoverschrijding noem ik niet “zeer beperkt” en verschilt mijns inziens dermate veel van de door het hof genoemde “ongeveer twee maanden” dat ’s hofs niet nader gemotiveerde oordeel geen stand kan houden.