In de nacht van 10 december 2011 schoot de verdachte meerdere keren op het slachtoffer, die agressief aan de deur van de vader van de verdachte verscheen vanwege een conflict met de zus van verdachte. De rechtbank Rotterdam veroordeelde de verdachte voor poging tot doodslag en stelde vast dat de schoten opzettelijk waren gelost, onderbouwd door verklaringen en forensisch onderzoek van het NFI en politie.
Het hof bevestigde deze veroordeling, maar wijzigde de strafoplegging en schadevergoedingsmaatregel. De verdediging voerde onder meer noodweer(exces) en psychische overmacht aan, maar deze verweren werden verworpen. Tijdens hoger beroep verzocht de verdediging om de NFI-deskundige nader te horen over zijn rapport waarin werd geconcludeerd dat de schootsafstand steeds meer dan 25 cm was en dat ook van achteren op het slachtoffer is geschoten.
Het hof wees dit verzoek af wegens onvoldoende onderbouwing en gebrek aan noodzaak. De Hoge Raad oordeelde dat het hof deze afwijzing begrijpelijk heeft gemotiveerd, mede gelet op het feit dat het hof op basis van het NFI-rapport en medische bevindingen aannam dat het slachtoffer aan de achterkant van de linkerelleboog was geraakt, wat strookt met het scenario dat het slachtoffer zich omdraaide. Het middel van de verdediging faalt. De Hoge Raad vernietigt alleen de strafoplegging wegens termijnoverschrijding en vermindert de straf passend.