Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
pro rata partewordt verlaagd. Er kan sprake zijn van algehele onverbindendheid indien ’(a) het de gemeente op voorhand duidelijk moet zijn geweest dat de desbetreffende post(en) (in zoverre) niet diende(n) ter dekking van de kosten waarvoor (…) [de heffingen, A-G] worden geheven, en bovendien (b) na de eliminatie van de desbetreffende bedragen uit de lastenraming, de geraamde baten in betekenende mate uitgaan boven het gecorrigeerde bedrag van de geraamde lasten.’ [3] Hierna wordt de regel dat de geraamde baten de geraamde kosten niet mogen overtreffen, aangeduid als ‘de opbrengstnorm’ of de ‘opbrengstlimiet’.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
.
.
4000000 financiële ruimtedie is begroot op € 566.041 en de kostensoort
461xxxx kapitaallastendie is begroot op € 1.578.713 in twijfel getrokken.
3.Het geding in cassatie
Relevante wet- en regelgeving, wetsgeschiedenis, parlementaire behandeling, jurisprudentie en literatuur
5.Beschouwing en beoordeling van de middelen
gerealiseerdeopbrengsten van de heffingen en de
gerealiseerdekosten van de collectieve diensten waarmee de kosten (meer dan zijdelings) verband houden’. [58] Bij de opbrengstlimiet gaat het daarentegen om een vergelijk tussen de
geraamdebaten en de
geraamdekosten.
voorafgaandaan het jaar waarop deze betrekking hebben, uitgaan van gegevens die pas beschikbaar zijn
na afloopvan het jaar waarop de tariefstellingen betrekking hebben. [67]
onverwachtemeevallers ten opzichte van de begroting. Hiervan kan in het onderhavige geval geen sprake zijn omdat, zoals kennelijk niet meer in geschil is, volgens de Rekenkamer, zoals geciteerd door het Hof, [83] deze overschotten zijn ontstaan doordat ‘de ramingen in de begroting, in het bijzonder de kapitaallasten van de milieu- en vervangingsinvesteringen, (…) niet [zijn] aangepast aan de door de gemeente al beoogde versoberde uitvoering in die jaren.’ [84]
grosso modo€ 7,2 miljoen. De begrote lasten ter zake, zijn door het Hof, in cassatie onbestreden, feitelijk vastgesteld op een bedrag van ongeveer € 4,1 miljoen. [95] Dat betekent dat, ook bij eliminatie van de rente component, de opbrengstlimiet nog steeds met een percentage van ruim 75% is overschreden. [96] Dit is aanzienlijk meer dan het uit de jurisprudentie volgende percentage van 10, dat reeds aanleiding kan geven tot algehele onverbindendheid van de tariefstelling van een verordening.