Conclusie
Noord-Holland van 31 oktober 2013, wegens “poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen”, veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden met aftrek als bedoeld in
art. 27 Sr Pro.
eerste middelklaagt over de bewezenverklaring van de poging tot afpersing en in het bijzonder (1) dat
het dwingen tot afgiftein de zin van art. 317 Sr Pro niet kan volgen uit de bewijsmiddelen en (2) dat uit de bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat sprake was van het
oogmerk tot wederrechtelijke bevoordeling.
7 september 2012 in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [betrokkene 1] te dwingen tot de afgifte van grondstoffen voor de productie van verdovende middelen, geheel of ten dele toebehorende aan een of meer onbekend gebleven personen, contact heeft gemaakt met [betrokkene 1] , waarna/waarbij verdachte en/of zijn mededader
(gelet op het overigens in het proces-verbaal gerelateerde leest het hof hier verbeterd: 6 september om 14.48 uur)
(het hof leest: staan). maar ik weet precies waar ik je ga moeten vinden ja? En ik zet je hele wereld overhoop. ja? dus als je dat niet wilt ..ja? Doe gewoon normaal en kom tevoorschijn. Hou op met deze kinderachtige ding, want het gaat helemaal verkeerd aflopen. Helemaal verkeerd aflopen! Ja? Oke ik wacht op je bericht. Als ik je niet zie he of hoor van je vandaag nog. Is goed dan ga ik morgen ..ja? morgen heel vervelend doen. Ja? Doei!”
te dwingen tot afgiftein de zin van art. 317 Sr Pro van de in de bewezenverklaring genoemde grondstoffen, aldus het middel.