Conclusie
verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 28 juni 2022.
verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 24 november 2020.
[slachtoffer]:
[slachtoffer]:
[slachtoffer]:
mededeling van verbalisant:
Feiten en omstandigheden
het hof begrijpt: medeverdachte [betrokkene 2]) blijven achter bij [slachtoffer] . [slachtoffer] wordt vervolgens door [betrokkene 2] nogmaals naar de spullen gevraagd en [slachtoffer] wordt door de oudere man opnieuw geslagen met de wapenstok. Na enige tijd komen de drie andere mannen terug in de woning en [slachtoffer] wordt wederom bedreigd.
het hof begrijpt: uit de woning van [slachtoffer] in de nacht van het geweldincident).
Poging diefstal met geweld, feit 1 onder A
Ja ze wilde weten wie de sleutel van mij had gekregen en daarna zouden ze mij laten gaan, maar die [betrokkene 3] ik wist niet waar hij woonde.” [5]
Het ter beschikking stellen van gegevens, namelijk informatie over (de doos met) geld en/of goederen (ter waarde van 10.000 euro)”
NJ2022/221, m.nt. Reijntjes en het arrest van het EHRM van 9 december 2014, ECLI:CE:ECHR:2014:1209JUD001591108, nr. 15911/08 (
Geisterfer/Nederland), aangevoerd dat ’s hofs beslissing onvoldoende is gemotiveerd. Zoals de stellers van het middel zelf ook erkennen, heeft de aangehaalde jurisprudentie van het EHRM betrekking op de situatie als bedoeld in art. 5, eerste lid onder c, EVRM, dat wil zeggen op voorlopige hechtenis in het geval van een redelijke verdenking
voorafgaandaan een veroordeling. Zo een situatie doet zich te dezen niet voor. Het hof heeft immers de gevangenneming bevolen
nadatde verdachte is veroordeeld tot een vrijheidsstraf in de zin van art. 5, eerste lid onder a, EVRM. [12] Dat neemt evenwel niet weg dat beslissingen met betrekking tot de voorlopige hechtenis telkens een op de voorliggende zaak toegesneden motivering moeten bevatten. Deze algemene motiveringsplicht vloeit mede voort uit de eisen die art. 78, tweede lid, Sv stelt aan bevelen tot voorlopige hechtenis en tot verlenging van de geldigheidsduur daarvan. [13] Ook in een geval als het onderhavige worden dus eisen gesteld aan de motivering van het bevel tot gevangenneming van de verdachte.