ECLI:NL:PHR:2016:1252
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad wijst herzieningsverzoek wegens onterecht bewezenverklaring overtreding inreisverbod toe
De aanvrager werd door de politierechter veroordeeld wegens diefstal en het overtreden van een inreisverbod op 13 december 2015. Dit inreisverbod was echter op 17 oktober 2013 door de bestuursrechter vernietigd, en er was geen nieuw inreisverbod uitgevaardigd na die datum.
De Hoge Raad concludeert dat de politierechter niet op de hoogte was van de vernietiging van het inreisverbod en dat, indien dit bekend was geweest, de aanvrager voor dat feit vrijgesproken zou zijn. Op grond hiervan wordt het verzoek tot herziening van het vonnis toegewezen.
De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof voor een nieuwe behandeling van het onderdeel dat betrekking heeft op het overtreden van het inreisverbod. De Hoge Raad beveelt tevens opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis voor zover nodig.
De aanvrager was vreemdeling en had een inreisverbod opgelegd gekregen dat later door de rechtbank Rotterdam werd vernietigd. De Immigratie- en Naturalisatiedienst bevestigde dat na de vernietiging geen nieuw inreisverbod was opgelegd. Dit leidde tot de conclusie dat het bewezenverklaarde feit niet juist was.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie omtrent ongewenstverklaring en benadrukt het belang van correcte feitenvaststelling in strafzaken.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek toe en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof.