Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De conclusie van de Advocaat-Generaal
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Slotsom
6.Beslissing
28 oktober 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een arrest van de Hoge Raad van 28 oktober 2014 waarin een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de politierechter te Amsterdam is behandeld. De verdachte was veroordeeld wegens het verblijven als vreemdeling in Nederland terwijl hij op grond van een wettelijke beschikking tot ongewenste vreemdeling was verklaard.
De aanvraag tot herziening berustte op het feit dat de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie de eerdere ongewenstverklaring van de verdachte per 1 april 2014 met terugwerkende kracht per 1 augustus 2011 had opgeheven. Dit leidde tot het ernstige vermoeden dat de politierechter, indien hij hiervan op de hoogte was geweest, de verdachte zou hebben vrijgesproken.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond moest verklaren en de zaak moest verwijzen naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling. De Hoge Raad volgde deze conclusie, verklaarde de aanvraag tot herziening gegrond, beval de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwees de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe berechting en beslissing zoals bedoeld in art. 472, tweede lid, Sv.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.