Conclusie
1.Procesverloop
2.Achtergrond van de zaak
3.Bespreking van het cassatiemiddel
6.1 Berichten aan de rechtbank nadat vonnis is bepaald
Parket bij de Hoge Raad
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland waarin vervroegde onteigening werd uitgesproken van een perceel ten laste van eiser. De Hoge Raad had eerder het vonnis van 1 juli 2015 vernietigd omdat eiser geen pleidooi had kunnen voeren. Na alsnog pleidooi wees de rechtbank opnieuw de gevorderde onteigening toe.
Eiser klaagt terecht dat de rechtbank haar oordeel mede heeft gebaseerd op een e-mail met bijlage, namelijk een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die niet via de reguliere processtukken was ingebracht en waarop eiser geen gelegenheid tot reageren heeft gekregen. De Hoge Raad oordeelt dat dit in strijd is met de verplichte procesvertegenwoordiging en het recht op hoor en wederhoor, zoals neergelegd in art. 19 Rv Pro en art. 6 EVRM Pro.
De rechtbank had niet zonder toestemming van eiser kennis mogen nemen van deze stukken nadat het vonnis was bepaald. Ook het ontbreken van een advocaat bij eiser op dat moment geeft de rechtbank geen vrijbrief om het procesrecht te negeren. De Hoge Raad benadrukt dat het niet relevant is of de stukken daadwerkelijk van invloed waren op de beslissing; het gaat om het fundamentele recht van partijen om zich uit te kunnen laten over alle gegevens die de rechter betrekt.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden vonnis en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van het recht op hoor en wederhoor.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd vanwege schending van het recht op hoor en wederhoor.