Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
zetelende te De Steeg, gemeente Rheden,
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
11 december 2015.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een verzoek tot onteigening van een perceel eigendom van eiser, waarbij de rechtbank Gelderland op 1 juli 2015 de vervroegde onteigening heeft uitgesproken. Eiser heeft tegen dit vonnis beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad beoordeelt dat de rechtbank ten onrechte het eindvonnis heeft gewezen zonder eiser de gelegenheid te geven tot pleidooi, ondanks dat eiser hierom had verzocht.
De rechtbank heeft niet gemotiveerd waarom het verzoek om pleidooi werd gepasseerd, hetgeen in strijd is met de toepasselijke wettelijke bepalingen, waaronder artikel 24 en Pro 54h van de Onteigeningswet en artikel 134 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De Hoge Raad vernietigt daarom het vonnis en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing.
De kosten van het cassatiegeding worden gereserveerd tot de einduitspraak. De Hoge Raad begroot de kosten tot op de uitspraak in cassatie aan de zijde van eiser op €474,08 aan verschotten en €2.600,- voor salaris, en aan de zijde van de gemeente op €845,07 aan verschotten en €800,- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren Streefkerk, Heisterkamp en Snijders en in het openbaar uitgesproken door raadsheer de Groot op 11 december 2015.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank Gelderland wordt vernietigd wegens het niet toestaan van pleidooi en de zaak wordt terugverwezen.