Conclusie
middelbehelst de klacht dat het hof een verweer van de raadsman van de verdachte dat ertoe strekt dat voorbedachte raad niet kan worden bewezen ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, heeft verworpen.
(ii) Het geweld vindt nadien plaats in de woonkamer van de desbetreffende woning. Op enig moment vóór 19:30 uur heeft [medeverdachte] een honkbalknuppel ingebracht en hebben de verdachte en [medeverdachte] met deze knuppel tegen het hoofd en het lichaam van [slachtoffer] geslagen.
(iii) Rond 19:30 uur heeft [betrokkene 1] de woning verlaten, omdat hij het geweld niet langer kon aanzien, waarna de verdachte en [medeverdachte] alleen met [slachtoffer] in de woning waren. Vervolgens hebben de verdachte en [medeverdachte] weer hevig geweld tegen [slachtoffer] uitgeoefend, onder meer met de honkbalknuppel.
(iv) Tussen 21:30 uur en 22:00 uur hebben de verdachte en [medeverdachte] de woning verlaten, terwijl zij [slachtoffer], zwaar gewond en liggend op de grond hebben achtergelaten. Zij hebben de honkbalknuppel meegenomen en deze vervolgens neergelegd op een begraafplaats.
(v) Enige tijd later zijn de verdachte en [medeverdachte] teruggekeerd naar de woning en hebben zij geconstateerd dat de verdachte was overleden, waarna de verdachte omstreeks 00:42 uur het alarmnummer (112) heeft gebeld.
In HR 27 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3167,
NJ2016/112 m.nt. Rozemond had het hof het handelen van de verdachte eveneens in fasen onderscheiden. In de eerste fase handelde de verdachte volgens het hof in een plotselinge woede, in de tweede met voorbedachte raad. De Hoge Raad achtte het oordeel dat de verdachte met voorbedachte raad had gehandeld toereikend gemotiveerd, mede in aanmerking genomen dat sprake was van een relevante langdurige tijdspanne, een samenstel van gedragingen en verschillende beslismomenten die zij in zich hadden.