Conclusie
middelklaagt dat de rechtbank het verweer dat de onderhavige procedure niet voldoet aan de eisen van art. 13 EVRM Pro ten onrechte, althans op ontoereikende gronden heeft verworpen.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak staat de vraag centraal of het beklag tegen het voortduren van conservatoir beslag op eigendommen van klager, exploitant van coffeeshop Sky High, voldoet aan de eisen van een 'effectief rechtsmiddel' zoals bedoeld in artikel 13 EVRM Pro. Klager betoogde dat het 'hoogst onwaarschijnlijk'-criterium in de beklagprocedure het rechtsmiddel feitelijk illusoir maakt, waardoor zijn eigendomsrecht volgens artikel 1 Eerste Pro Protocol EVRM onrechtmatig wordt beperkt.
De rechtbank oordeelde dat het rechtsmiddel wel degelijk effectief is, omdat naast het 'hoogst onwaarschijnlijk'-criterium ook de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit worden betrokken. Klager was onherroepelijk veroordeeld voor strafbare feiten die doorgaans leiden tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, en er was een ontnemingsvordering aanhangig. De rechtbank vond het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de ontnemingsrechter een ontnemingsmaatregel zal opleggen.
Klager voerde verder aan dat het beslag disproportioneel is, omdat de coffeeshop volgens hem binnen het gedoogbeleid opereerde, een deugdelijke boekhouding voerde en belasting betaalde. De rechtbank verwierp dit en stelde dat het strafvorderlijke belang bij het voortduren van het beslag, namelijk het voorkomen van wegsleuteling van wederrechtelijk verkregen voordeel, zwaarder weegt dan het persoonlijk belang van klager.
De Hoge Raad concludeert dat het beroep faalt en bevestigt dat de procedure voldoet aan artikel 13 EVRM Pro en artikel 47 EU Pro-Handvest. Er is geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen over de striktheid van het 'hoogst onwaarschijnlijk'-criterium. Het beslag blijft gehandhaafd in afwachting van de ontnemingsprocedure.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het conservatoir beslag blijft gehandhaafd.