ECLI:NL:PHR:2016:1278
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid verplichte inschrijving bij NBA en afwijzing verenigingsdwang
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens het voeren van de titel accountant zonder inschrijving in het NBA-accountantsregister. Hij stelde dat artikel 41 lid 2 van Pro de Wet op het accountantsberoep in strijd is met het recht op vrijheid van vereniging (art. 11 EVRM Pro) en dat het verplichte lidmaatschap van de NBA verboden verenigingsdwang inhoudt.
De verdediging voerde aan dat de NBA een privaatrechtelijke vereniging is en dat het verplichte lidmaatschap een onrechtmatige beperking van de vrijheid van vereniging betekent. Tevens stelde hij dat het verlies van de titel na beëindiging van het lidmaatschap onrechtmatig is en in strijd met het eigendomsrecht (art. 1 EVRM Pro).
Het hof oordeelde dat de NBA een publiekrechtelijke beroepsorganisatie is, ingesteld bij wet, met publieke taken en bevoegdheden, en dat art. 11 EVRM Pro niet ziet op publiekrechtelijke organen. Het hof verwierp het beroep op verenigingsdwang en bevestigde de strafrechtelijke sanctie.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel, onder verwijzing naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarin publiekrechtelijke beroepsorganisaties niet als verenigingen in de zin van art. 11 EVRM Pro worden beschouwd. Ook constateert de Hoge Raad dat de NBA voldoet aan de criteria van een publiekrechtelijk orgaan en dat er geen sprake is van belemmering van het oprichten of lid worden van andere vergelijkbare organisaties.
Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens het voeren van de titel accountant zonder inschrijving in het NBA-register blijft in stand.