Conclusie
eerste middelhoudt in dat de bewezenverklaring voor wat betreft het onder 1 primair bewezenverklaarde opzet op de dood van de agenten gezien verdachtes ontkenning van dat opzet onvoldoende met redenen is omkleed.
Parket bij de Hoge Raad
Op 17 oktober 2014 pleegden verdachte en medeverdachten een diefstal uit een hennepkwekerij. Tijdens de achtervolging door politie gaven verdachte en medeverdachte 1 elkaar via telefoongesprekken instructies om met hoge snelheid en bewust gevaarlijk rijgedrag de politieauto aan te rijden.
Het hof oordeelde dat verdachte medepleegde aan poging tot doodslag op de politieagenten, omdat hij bewust de aanmerkelijke kans op hun dood aanvaardde door de aanwijzingen te geven en niet ingreep toen medeverdachte 1 op de politieauto inreed. Verdachte ontkende het opzet, stelde paniek en onduidelijkheid over de situatie, maar het hof verwierp deze verweren op basis van de tapgesprekken en verklaringen van de politieagenten.
De Hoge Raad bevestigt dat het bewijs van medeplegen en voorwaardelijk opzet toereikend en juist gemotiveerd is. Het beroep op het Porsche-arrest faalt omdat de feiten wezenlijk verschillen. Ook de klacht over overschrijding van de redelijke termijn wordt verworpen omdat de uitspraak binnen een redelijke termijn wordt verwacht.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld voor medeplegen van poging tot doodslag op politieagenten met een gevangenisstraf van vijf jaar.