ECLI:NL:PHR:2016:149

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
2 februari 2016
Publicatiedatum
29 maart 2016
Zaaknummer
15/02117
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 327 SvArt. 80a ROArt. 326 SvArt. 365 SvArt. 415 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid vonnis wegens niet-ondertekend proces-verbaal politierechter

Het gerechtshof Amsterdam bevestigde het vonnis van de politierechter waarbij verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden voor mishandeling en vernieling. Namens verdachte werd cassatieberoep ingesteld met het middel dat het proces-verbaal van de terechtzitting niet conform art. 327 Sv Pro was ondertekend, waardoor het vonnis niet rechtsgeldig zou zijn.

Het proces-verbaal van 20 augustus 2013 was niet ondertekend door de politierechter noch de griffier, wat strijdig is met de wettelijke vereisten. Pogingen om dit verzuim te herstellen mislukten omdat de politierechter zich het verloop van de zitting niet meer kon herinneren. Hierdoor mist het proces-verbaal rechtskracht en leidt dit tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de daarop gebaseerde uitspraak.

De Hoge Raad overwoog dat het vonnis van de politierechter niet had mogen worden bevestigd door het hof, omdat ook het hof hiermee art. 326 Sv Pro schond. Hoewel het verzuim niet hersteld kon worden, kon de verdachte niet met succes voor het eerst in cassatie klagen over de nietigheid vanwege onvoldoende belang. Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk en bepaalde dat de zaak opnieuw moet worden berecht in hoger beroep.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang, ondanks nietigheid van het vonnis door niet-ondertekend proces-verbaal.

Conclusie

Nr. 15/02117
Zitting: 2 februari 2016
Mr. D.J.C. Aben
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 17 november 2014, met aanvulling van gronden, het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 20 augustus 2013, waarbij de verdachte ter zake van 1 en 2. “
mishandeling, meermalen gepleegd” en 3. “
opzettelijk en wederrechtelijk een goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen” is veroordeeld, bevestigd behalve ten aanzien van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij voor zover daarbij de wettelijke rente is toegewezen. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek van voorarrest en met toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, een en ander zoals nader omschreven in het bevestigde vonnis.
2. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, heeft namens verdachte een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg met daarin de aantekening van het mondelinge vonnis van de politierechter niet conform het bepaalde in art. 327 Sv Pro is ondertekend, waardoor het hof het vonnis van de politierechter niet had mogen bevestigen, hetgeen nietigheid van het bestreden arrest tot gevolg heeft.
4. Het in het middel bedoelde proces-verbaal houdt het volgende in:
“Proces-verbaal van de openbare terechtzitting van de politierechter op 20 augustus 2013.
Tegenwoordig:
mr. J.M. van Hall, politierechter
en mr. D. West, griffier.
(…)
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de politierechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.
De politierechter die dit vonnis heeft gewezen, is niet meer aan de strafsector van de Rechtbank Amsterdam verbonden en buiten staat dit proces-verbaal vast te stellen en te ondertekenen.
Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de griffier, alsmede voor gezien getekend door mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter van de Afdeling Publiekrecht van de Rechtbank Amsterdam, tevens aangewezen als politierechter.
Een afschrift van de aantekening mondeling vonnis van de politierechter mr. J.M. van HalI van 20 augustus 2013 is als bijlage aan dit proces-verbaal gehecht en door de griffier gewaarmerkt.”
Onderaan het proces-verbaal is met pen geschreven: “
De griffier is buiten staat dit proces-verbaal mede te ondertekenen.” Voorts bevat het proces-verbaal met een andere pen en ander handschrift de woorden: “
gezien”, “
4.8.14” en een handtekening of een paraaf.
5. De aantekening mondeling vonnis houdt, voor zover van belang, in:
“Uitspraak van de politierechter mr. J.M. van Hall van 20 augustus 2013, in de zaak tegen de verdachte:
Naam: [verdachte]
(...)
De politierechter,
[
handtekening]” [1]
6. Art. 327 Sv Pro luidt als volgt:
“Het proces-verbaal wordt door den voorzitter of door een der rechters, die over de zaak heeft geoordeeld, en den griffier vastgesteld en zoo spoedig mogelijk na de sluiting van het onderzoek ter terechtzitting en in elk geval binnen den in het eerste lid van artikel 365 vermelden Pro termijn onderteekend. Voor zoover de griffier tot een en ander buiten staat is, geschiedt dit zonder zijne medewerking en wordt van zijne verhindering aan het slot van het proces-verbaal melding gemaakt.”
7. Het eerdergenoemde proces-verbaal van 20 augustus 2013 houdt in dat het is vastgesteld en ondertekend door de politierechter en de griffier. Met de steller van het middel constateer ik evenwel dat, in strijd met de voorgaande mededeling, zich op het proces-verbaal van geen van beiden een handtekening bevindt. Aldus is – wat betreft het ontbreken van de handtekening van de politie-rechter [2] – het proces-verbaal niet vastgesteld en ondertekend overeenkomstig art. 327 Sv Pro, zodat het rechtskracht mist. [3]
8. In HR 18 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3315 behoefde de omstandigheid dat het proces-verbaal bij ontstentenis van de rechter die over de zaak heeft geoordeeld niet meer overeenkomstig art. 327 Sv Pro door deze kon worden vastgesteld en ondertekend, niet te leiden tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak, aangezien het bij verstek gewezen arrest als de beslissing van de raadsheer die over de zaak heeft geoordeeld slechts inhield dat op grond van art. 416, tweede lid, Sv de verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn hoger beroep. [4] De onderhavige zaak is mijns inziens van een andere orde, aangezien de zaak ter terechtzitting inhoudelijk is behandeld in aanwezigheid van de gemachtigde raadsman en de benadeelde partij.
9. Voorts wordt het verzuim niet hersteld doordat zich bij de stukken een aantekening mondeling vonnis bevindt dat
welis ondertekend door de politierechter J.M. van Hall. De wet vereist immers dat een proces-verbaal van de terechtzitting wordt opgemaakt en bepaalt tevens dat de aantekening komt te vervallen indien een gewoon rechtsmiddel tegen het vonnis wordt aangewend. [5]
10. Aangezien het geconstateerde verzuim zich onder bepaalde omstandigheden leent voor herstel, [6] heb ik de politierechter mw. mr. Van Hall verzocht te beoordelen of zij in staat was
hetzijzorg te dragen voor een gewaarmerkt en ondertekend proces-verbaal,
hetzijbij afzonderlijk proces-verbaal van bevindingen te kennen te geven dat het proces-verbaal van 20 augustus 2013 een juiste weergave is van hetgeen ter terechtzitting in eerste aanleg is voorgevallen. Als reactie hierop heeft zij bij schrijven van 29 december 2015 kenbaar gemaakt dat de zitting van 20 augustus 2013 dusdanig lang geleden is dat zij zich het verloop daarvan niet meer herinnert.
11. Aldus is dat proces-verbaal niet vastgesteld en ondertekend overeenkomstig art. 327 Sv Pro, zodat het rechtskracht mist. Aangezien dat verzuim zich thans niet meer leent voor herstel, leidt dat tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak. Door het vonnis van de rechtbank op de voet van art. 423 Sv Pro en 425 Sv (grotendeels) te bevestigen heeft het hof art. 326 Sv Pro, dat ingevolge art. 415 Sv Pro in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is, eveneens geschonden, waardoor de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven.
12. Het middel slaagt.
13. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
14. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing dan wel verwijzing van de zaak, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Deze handtekening lees ik als “
2.Wanneer de griffier niet in staat is het proces-verbaal vast te stellen en/of te ondertekenen, mag daarvan worden afgezien. Zie ook HR 29 november 1966, ECLI:NL:HR:1966:AC4698,
3.Al onder het oude wetboek (HR 16 februari 1920,
4.Zie ook HR 8 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW3692,
5.Zie art. 378, tweede lid sub c, Sv en art. 378a, vijfde lid, Sv.
6.Vgl. HR 2 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH9945,