Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Onder 2.aklaagt het middelonderdeel dat onvoldoende duidelijk is waarom de in de geneeskundige verklaring vermelde alcoholafhankelijkheid van betrokkene en de kwalificatie ‘stoornissen door gebruik van middelen’ zou kunnen worden aangemerkt als een ‘stoornis van de geestvermogens’ in de zin van art. 1 en Pro 2 Wet Bopz.
Onderdeel 2.bklaagt dat een nadere motivering te meer was aangewezen in het licht van de verklaring van de psychiater [betrokkene 2] dat volgens de huisarts bij betrokkene sprake is van leverproblematiek, en dat voor de somatische problematiek een detox (ontgifting) nodig is, gevolgd door psychodiagnostisch en neuropsychologisch onderzoek. Aangenomen dat bij betrokkene alleen lichamelijke aandoeningen bekend waren en nog niet vaststond dat betrokkene − naast dan wel als een gevolg van alcoholafhankelijkheid − cognitieve schade heeft opgelopen, staat volgens de klacht niet vast dat sprake is van (andere) ‘psychiatrische stoornissen’.
Onderdeel 2.cklaagt dat de classificatie als ‘stoornissen door gebruik van middelen’ te weinig concreet is om opneming en verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis te rechtvaardigen en klaagt voorts dat uit de motivering niet blijkt welke maatstaf is aangelegd. De (sub)onderdelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
second opinionten onrechte, althans om onbegrijpelijke redenen heeft afgewezen. Het door de rechtbank gebezigde argument, dat de aan de rechtbank verschafte informatie afkomstig was van verschillende artsen en dat de stoornis voldoende was onderbouwd, kan dit oordeel volgens de klacht niet dragen. In de geneeskundige verklaring worden slechts lichamelijke gevolgen genoemd; de cognitieve schade als gevolg van alcoholgebruik moest nog worden onderzocht.
onderdeel 4evenmin slagen. Dit laatste onderdeel behoeft verder geen bespreking.