Conclusie
2.Bespreking van de cassatiemiddelen
Verloop van de procedure in hoger beroep
inhoudelijkebehandeling ter zitting heeft plaatsgevonden, een einduitspraak zal worden gedaan”.
Parket bij de Hoge Raad
Partijen zijn gehuwd sinds 1991 en zijn in een echtscheidingsprocedure verwikkeld waarbij de vrouw de echtscheiding en alimentatieverzoeken indiende. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en legde alimentatieverplichtingen op. Man en zoon gingen in hoger beroep bij het hof, dat de beschikking van de rechtbank bekrachtigde zonder nadere mondelinge behandeling nadat de advocaat van de man tijdens de zitting een verzoek deed tot verwijzing naar een ander hof, dat het hof als misbruik van procesrecht beoordeelde.
De advocaat van de man beriep zich op artikel 46b RO om het verzoek te onderbouwen en stelde dat er sprake was van vooringenomenheid van het hof. Het hof besloot de zaak zonder inhoudelijke behandeling af te doen, waarbij het belang van de vrouw bij snelle afdoening zwaarder woog dan het belang van de man en zoon bij uitstel.
De Hoge Raad oordeelt dat het verzoek van de advocaat niet als wrakingsverzoek kon worden opgevat omdat hij dit expliciet niet wenste. Wel oordeelt de Hoge Raad dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de advocaat beoogde de inhoudelijke behandeling onmogelijk te maken. Cruciaal is dat het hof zonder nadere mondelinge behandeling een einduitspraak heeft gedaan, terwijl partijen het recht hebben hun standpunten mondeling toe te lichten, zeker in verzoekschriftprocedures zoals echtscheidingszaken.
De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van het recht op een nadere mondelinge behandeling. Hiermee wordt het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor en een goede procesorde gewaarborgd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens het ontbreken van nadere mondelinge behandeling en verwijst de zaak terug.