Conclusie
middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans op onbegrijpelijke wijze, heeft geoordeeld dat het onaannemelijk is dat de getuige [betrokkene 1] binnen een aanvaardbare termijn gehoord kan worden.
ofde getuige kan worden gehoord en niet of hij ter terechtzitting dan wel bij de rechter-commissaris of raadsheer-commissaris kan worden gehoord. [4] Het middel klaagt terecht niet over de door het hof aangelegde maatstaf. Resteert de vraag naar de begrijpelijkheid van het oordeel van het hof dat het onaannemelijk is dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn gehoord zal kunnen worden.