Conclusie
[verzoeker],
vorderingvan de Raad voor Rechtsbijstand maar aan door [verzoeker] zelf gemelde
moeilijkhedenmet deze instantie in verband met de hoogte van de eigen bijdrage van een herzieningsprocedure (zie de verklaringen van zijn raadsman ter comparitie bij het hof, p. 2 van het proces-verbaal van de zitting van 4 januari 2016). Dat alles laat de dragende redenering van het hof over [verzoeker]’s ontbrekende goede trouw onverlet.