Conclusie
Inleiding
“Ter aflossing van de schuld ad € 68.975,- aan mijn zoon, [de broer], ontvangt hij van mij, [de moeder], aan aandelen in beursfondsen met een waarde van € 68.975,-.”Deze akte is in de stukken ook wel aangeduid als X3.
“Aan mijn zoon, [de broer], doe ik een schenking in de vorm van beursfondsen ter waarde van € 47.025,-.”Deze akte is in de stukken ook wel aangeduid als X4.
“Aan mijn zoon, [de broer], doe ik een schenking in de vorm van aandelen van beursfondsen ter waarde van € 47.156”. Deze akte is in de stukken ook wel aangeduid als X2.
De cassatiemiddelen
de gevolgtrekking kan maken die hij geraden acht. In de MvT bij deze bepaling, die is ingevoerd bij de herziening van het burgerlijk procesrecht voor burgerlijke zaken, wordt aangetekend dat het aan de rechter is om te beoordelen of partijen aan het voorschrift hebben voldaan en, zo hij die vraag ontkennend beantwoordt, de gevolgtrekking te maken die hij geraden acht. In dat verband wordt opgemerkt dat de rechter die van oordeel is dat een partij op bepaalde onderdelen van zijn feitelijke stellingen onvolledig is geweest, daardoor wellicht de aannemelijkheid van andere stellingen extra kritisch zal bezien, hetgeen in bepaalde gevallen voor de verdeling van de bewijslast van belang kan zijn. (MvT, Parl. Gesch. Burg. Procesrecht, Van Mierlo/Bart, p. 147 en 148) Zie hierover C.J-A. Seinen, ‘De gevolgtrekking die hij geraden acht. Sancties op schending van de waarheidsplicht’, TCR 2014/3, met verwijzingen naar literatuur en rechtspraak.