Conclusie
De ploertendoder zou ook van de zoon van de eigenaresse van de auto kunnen zijn.
De bivakmuts in het portier aan de bestuurderskant is van mij, die gebruik ik bij het motorrijden. De gummiknuppel lag ter bescherming in de auto. Ik geef toe dat de cocaïne van mij was. Dit geldt ook voor de wapenstok maar de rest was niet van mij. Het klopt dat er een doorgeladen vuurwapen is gevonden en dat er hennepresten op mijn trui zaten.
(...)"
NJ1999/152 stond weliswaar niets meer vast dan dat er stroomstootwapens in de woning aanwezig waren, maar in dat geval was de verdachte de enige die de woning bewoonde en waren de wapens aangetroffen op de salontafel in de woonkamer.
NJ2009/389 m.nt. Borgers, waarin de Hoge Raad het volgende overwoog: