Conclusie
eerste middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, behelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, heeft geoordeeld dat sprake is van een kennelijk leugenachtige verklaring van de verdachte – voor zover deze inhoudt: “
Ik heb de donkerblauwe jas, van het merk Umbro, waarop kennelijk mijn DNA is aangetroffen, wel in de auto zien liggen, maar ik heb deze jas nooit gedragen.” – , nu de grondslag van de leugenachtigheid niet (voldoende) kan worden gebaseerd op ander wettig bewijsmateriaal en/of deze verklaring van de verdachte niet door andere bewijsmiddelen wordt uitgesloten.
of zijnhij, verdachte en/of zijn mededader met dat opzet
– op een boot gekomen– waar voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] zich bevonden- zulks terwijl verdachte en zijn mededader hun gezichten bedekt hadden en een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp zichtbaar bij zich hadden (waardoor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] vanaf die boot in het water sprongen) en
– [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] een vuurwapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp getoond en op hen gericht en
- [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] (daarbij) de woorden toegevoegd “Jullie moeten stil zijn, als jullie dat niet zijn gaan er gewonden vallen” en “Mond houden, naar beneden kijken en “stop met gillen en huilen anders gaan er gewonden vallen”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en
- [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] hun telefoons laten afgeven en die telefoons in een tas gedaan en buiten het bereik van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] neergelegd en
- [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] gedwongen op hun knieën te gaan zitten bij een auto en hun handen achter hun rug te doen en
-(vervolgens) de handen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] vastgemaakt met tape en
- (vervolgens) [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] gedwongen plaats te laten nemen in een auto en die auto te sluiten, terwijl hij, verdachte en zijn mededader naast die auto bleven staan met een (vuur)wapen, althans op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp bij zich.
Hij op 27 juli 2012 te Leiderdorp, tezamen en in vereniging [slachtoffer 1] en L. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp getoond en op hen gericht en (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd “Jullie moeten stil zijn, als jullie dat niet zijn gaan er gewonden vallen” en “Mond houden, naar beneden kijken en “stop met gillen en huilen anders gaan er gewonden vallen”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.”
Een voor kopie conform het origineel getekend proces-verbaal van aanhouding van de politie Hollands Midden d.d. 27 juli 2012 met nr. PL1640 2012111341—2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 16 e.v.):
Op dag en datum voornoemd, omstreeks 00.56 uur, hoorden wij verbalisanten, de centrale meldkamer een melding uitgeven dat een getuige gezien heeft dat mensen moesten knielen en dat zij geboeid werden op de Zijldijk te Leiden ter hoogte van café 't Dobbertje.
Nadat wij op de Zijldijk ter hoogte van café 't Dobbertje aankwamen, zagen wij verbalisanten op het parkeerterrein nabij het voornoemd café een zilverkleurige Volkswagen Polo geparkeerd staan.
Ik verbalisant [verbalisant 2] stapte uit ons opvallende politievoertuig en ik vroeg, op gepaste afstand, de voor mij onbekende negroïde man wat hij aan het doen was.
Ook zag ik dat de negroïde man, het autoportier naar zich toetrok, kennelijk om het zicht in de auto te ontnemen.
Ik zag dat er twee personen voorin het voertuig zaten.
Ik verbalisant trok het portier aan de passagierszijde van de Volkswagen Polo open en ik zag een voor mij onbekende man zitten. Naast hem op de bestuurdersstoel zag ik ook een voor mij onbekende vrouw. Ik zag dat zowel de man als de vrouw opvallend met hun armen achter hun rug zaten.
Ik verbalisant zag dat de man opvallend naar voren boog met zijn bovenlichaam in de richting van het dashboard. Ik zag dat de armen van de man, achter zijn rug gekneveld waren. Ik verbalisant zag grijze tape om de polsen van de man zitten, kennelijk om de handen bij elkaar te houden. Ik verbalisant zag dat de man een opvallend bezweet gezicht had, rondom zijn haargrens. Ik verbalisant zag dat de man grote ogen had opgezet en een angstige blik in zijn ogen had.
Ik verbalisant zag dat de man met zijn hoofd wenkte in de richting van de negroïde man die op dat moment nog op de dorpel van de Volkswagen Polo zat aan de bestuurderszijde.
Ik verbalisant begreep hieruit dat de man vermoedelijk wederrechtelijk van zijn vrijheid was beroofd.
Een voor kopie conform het origineel getekend proces-verbaal van bevindingen van de politie Hollands Midden d.d. 27 juli 2012 met nr. PL1641 2012111341-13. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 43-44):
Ik kwam om 01:05 uur op de plaats van de melding.
Ik zag dat er in de grijskleurige personenauto vier personen zaten.
Op de plaats die aangever [slachtoffer 1] aanwees, trof ik een lichtkleurige damestas met inhoud aan.
Een voor kopie conform het origineel getekend proces-verbaal van aangifte van de politie Hollands Midden d.d. 27 juli 2012 met nr. PL1644 2012111341—1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 36 e.v.):
Ik had afgesproken met [slachtoffer 4] en [slachtoffer 2] om een avondje te gaan varen. We zijn op 26 juli 2012 weggevaren. We kwamen rond 23:30 uur aan bij de Zijldijk. We hebben vervolgens aangelegd ter hoogte van café het Dobbertje. [slachtoffer 1] , de vriend van [slachtoffer 2] , zou haar daar oppikken.
Rond 00:15 uur kwam [slachtoffer 1] aan bij de boot. Hij is ook aan boord gekomen. Ik stond in de boot met mijn rug naar de weg toe. De boot lag vast aan de kant.
Terwijl ik stond hoorde ik wat gestommel en vervolgens hoorde ik een van de dames gillen. Ik heb me toen omgedraaid. Ik zag op dat moment twee gemaskerde mannen. Deze waren in het zwart gekleed. Ik zal de mannen voor u omschrijven:
heeft een grijze Volkswagen Polo. Wij moesten van Dader 1 op onze knieën voor de auto gaan zitten. Ik heb dit gedaan omdat ik bang was dat ons anders iets zou worden aangedaan. Op dat moment moesten we onze handen op ons rug doen.
Een voor kopie conform het origineel getekend proces-verbaal van verhoor getuige van de politie Hollands Midden d.d. 27 juli 2012 met nr. PL1644 2012111341—27. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 40 e.v.):
Daarna zag ik een van hen met de tas van [slachtoffer 4] naar een boom lopen voor de auto. Hij zette de tas naast de boom en legde de telefoon ernaast.
Toen we allemaal zaten gingen de deuren dicht.
In die tijd stonden de twee mannen voor de auto.
Een voor kopie conform het origineel getekend proces-verbaal van verhoor getuige van de politie Hollands Midden d.d. 27 juli 2012 met nr. PL1644 2012111341—6. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 50 e.v.):
Wij voeren over de Zijldijk waar [slachtoffer 1] mij zou komen ophalen met de auto. Wij legden de boot vast aan de kade en [slachtoffer 1] stapte uit zijn voertuig. [slachtoffer 1] stapte vervolgens bij ons op de boot.
Eenmaal op de kade werd ik gelijk achter de auto gezet.
Wij zaten geknield op het gras.
Een van mannen zei tegen mij dat ik moest stoppen met huilen anders zouden er sowieso gewonden vallen of geschoten worden.
Een voor kopie conform het origineel getekend proces-verbaal van aangifte d.d. 27 juli 2012 van de politie Hollands Midden met nr. PL1641 2012111357—1. Dit proces-verbaal- houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 66 e.v.):
Wij hadden afgesproken met [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] is in de boot gekomen.
Ik zag dat ze ineens op de boot stonden.
Op een gegeven moment zei één van de mannen naar mij en [slachtoffer 2] , dat wij naar de kant moesten komen. We moesten gehoorzamen, anders werd de mannen wat aangedaan.
Ik zei tegen hen dat deze in mijn tas zat. Ik zag dat één van hen deze uit de tas haalde.
Ik zag dat hij de telefoon voor de auto legde en mijn tas bij de boom.
Ik zag dat ze allebei in paniek raakten en ik hoorde: "politie, politie".
Ik hoorde de man zeggen, terwijl hij steeds meer voor me ging zitten, tegen een agent, "er is niks aan de hand, wij zijn gewoon een "jonko" aan het roken." Met "jonko" bedoelde hij een joint.
Ze waren allebei donker gekleed en hadden gezien de ogen, beiden een negroïde uiterlijk.
Ik denk dat ik ongeveer rond 00:30 uur bij 'Het Dobbertje" ben aangekomen.
Mijn vrienden waren ook allemaal in het water gevallen of gesprongen en stonden nu ook op de kant.
We moesten op onze knieën gaan zitten voor mijn auto.
We moesten plaatsnemen bij mijn auto en onze telefoons inleveren. Ik zag dat deze in de tas van [slachtoffer 4] werden gedaan en dat de overvallers deze voor mijn auto neerlegden bij een boom.
Ik hoorde de overgebleven overvaller zeggen dat alles in orde was en dat hij slechts een jointje aan het roken was. Toen zag een van de politieagenten dat we geboeid in de wagen zaten en hebben ze vervolgens de overvaller aangehouden.
Een voor kopie conform het origineel getekend proces-verbaal van verhoor getuige van de politie Hollands Midden d.d. 27 juli 2012 met nr. PL1644 2012111341-20. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 58 e.v.):
Op 27 juli 2012, omstreeks 00:05 uur werd ik wakker van het blaffen van de hond. Hierop ben ik uit bed gestapt en ben ik uit het raam gaan kijken. Dit raam heeft zicht op de dijk en het water.
Toen ik naar buiten keek zag ik een klein bootje in de Zijl liggen. Ik zag dat hier een aantal mensen op stonden. Ik zag ook een persoon in het water liggen.
Op een gegeven moment zag ik de personen zich richting een geparkeerd voertuig bewegen. Ik zag dat sommigen van hen geknield gingen zitten voor deze auto. Ik zag toen ook dat zij met de handen op de rug zaten. Ik zag dat zij ook zo bleven zitten. Ik zei dat we gelijk de politie moesten bellen. Dat heb ik toen gedaan.
Na een paar minuten zag ik de politie komen. Ik zag toen dat er een persoon wegrende ons erf op. Ik heb toen naar de politie geroepen dat er een persoon ons erf op was gerend.
Mijn vrouw heeft hem nog aan de achterzijde gezien. Ze zag hem tussen onze woning en de stal door rennen. Daarna verdween hij in de duisternis achter de stal.
Een voor kopie conform het origineel getekend proces-verbaal van bevindingen van de politie Hollands Midden d.d. 27 juli 2012 met nr. PL1644 2012111341-10. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 45):
Een voor kopie conform het origineel getekend proces-verbaal van bevindingen van de politie Hollands Midden van de politie Hollands Midden d.d. 27 juli 2012 met nr. PL1641 2012111341- 14. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 46):
Hierop ben ik met hondengeleider [verbalisant 4] en [verbalisant 3] richting dit weiland gelopen. In dit weiland was duidelijk een geurspoor aanwezig voor de betreffende diensthonden. Tevens was er in het hoge gras een duidelijk loopspoor zichtbaar. Dit spoor heb ik met de collega's [verbalisant 4] en [verbalisant 3] helemaal uitgelopen. Het spoor hield uiteindelijk bij een sloot naast een geasfalteerde weg.
11.
Een voor kopie conform het origineel getekend proces-verbaal van politie Haaglanden d.d. 21 augustus 2012 met nr. PL1640 2012111341. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 89 e.v.):
Ter plaatse werd ik aangesproken door collega's van de regiopolitie Hollands Midden. Zij deelden mij mede dat er ter plaatse één verdachte was aangehouden en dat er één verdachte, via een erf/de tuin de aldaar gelegen weilanden in was gevlucht. Hierop heb ik met mijn gecertificeerde speurhond menselijke geur Kyra een onderzoek naar mogelijke sporen ingesteld in de omgeving van het plaats delict en de weilanden, gelegen tussen de Zijldijk, Provincialeweg en de Nieuweweg te Leiderdorp. Mijn speurhond is onder andere afgericht en gecertificeerd in de waarneming van menselijke geuren op goederen. Indien mijn speurhond deze geuren waarneemt maakt deze dit kenbaar door te melden middels hierbij te gaan liggen en/of te blaffen.
Nabij een slootje tussen de weilanden, gelegen tussen de Provincialeweg en de Nieuweweg te Leiderdorp, bij een (half) in het slootje gelegen donkerkleurige, mogelijk blauwe jas. Ik zag dat de jas een lichtkleurige streep had en vermoedelijk van het merk 'Umbro' was. Ik zag dat er in het slootje, naast de jas, een blauwkleurig, vermoedelijk latex, handschoen lag. Ik zag verder dat er in de nabijheid van de jas, op de slootkant, een soortgelijke blauwe handschoen, lag. De handschoenen en de jas zijn door personeel van Bureau Forensische Opsporing veiliggesteld.
Een voor kopie conform het origineel getekend proces-verbaal Sporenonderzoek van de politie Hollands Midden d.d. 18 augustus 2012 met nr. PL1609 2012111341-15. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 136 e.v):
In de rechter steekzak werden twee blauwe nitril handschoenen aangetroffen. De handschoenen zijn genummerd (AAED1552NL en AAEQ5632NL). De totaal 4 veiliggestelde blauwe nitrillen handschoenen waren soortgelijk qua materiaal, kleur en formaat.
Een proces-verbaal Sporenonderzoek van de politie Hollands Midden d.d. 22 november 2012 met nr. PL1609 2012111341-67. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - :
Het betroffen nitrillen handschoenen met een blauw/paarse tint. Van de handschoenen uit de jas (AAEQ5632NL en AAED1552NL) en de kraag van de jas (AAED1553NL) werden bij het ingestelde dna-onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) DNA-mengprofielen verkregen. Het betroffen DNA—mengprofielen van ten minste drie personen waarvan minimaal één man. Het DNA—profiel van verdachte [verdachte] (geboren 4 januari 1986) matchte met deze verkregen DNA-mengprofielen. Uit de mengprofielen van de twee handschoenen uit de jas werden DNA—hoofdprofielen afgeleid. Deze matchte met verdachte Walden.
Een Herzien rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 24 juni 2014, opgemaakt en ondertekend door de deskundige ir. H.J.T. Janssen. Dit rapport houdt onder meer in -
Te onderzoeken materiaal
SIN OmschrijvingRGL456 een referentiemonster wangslijmvlies van de verdachte [verdachte] (geboren op [geboortedatum] )
Resultaten
Interpretatie en conclusie
15.
De verklaring van de verdachte.
Ik heb de donkerblauwe jas, van het merk Umbro, waarop kennelijk mijn DNA is aangetroffen, wel in de auto zien liggen, maar ik heb deze jas nooit gedragen.”
Bewijsoverweging
Met betrekking tot deze verklaring overweegt het hof als volgt. Buiten de beide naast de jas aangetroffen handschoenen zijn nog twee handschoenen aangetroffen, te weten in de rechter steekzak van de jas. Aan de binnenkant van deze handschoenen is eveneens (aanvullend) DNA-onderzoek in de vorm van LCN DNA-analyse verricht. Het DNA-profiel van de verdachte matcht met de van een man afkomstige DNA-hoofdprofielen die uit de uit het consensus DNA-profiel verkregen mengprofielen zijn verkregen. Daaruit is door de onderzoeker geconcludeerd dat het celmateriaal in de bemonsteringen van de binnenkant van die beide handschoenen bestaat uit celmateriaal dat afkomstig kan zijn van de verdachte en is vermengd met een relatief geringe hoeveelheid celmateriaal van tenminste twee andere onbekende personen. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met deze DNA-profielen is volgens de deskundige kleiner dan één op één miljard. Het hof acht het gerechtvaardigd hieruit te concluderen dat deze handschoenen op enig moment door de verdachte zijn gedragen.
Uit de omstandigheid dat naast de jas twee andere handschoenen werden aangetroffen leidt het hof af dat deze twee andere handschoenen werden gedragen door degene die de jas ter plaatse waar deze werd aangetroffen achterliet. Daaruit leidt het hof af dat de handschoenen die in de rechtersteekzak zijn aangetroffen toen niet werden gebruikt en zich dus al eerder in de steekzak bevonden. Uit de relatieve geringheid van de hoeveelheid celmateriaal in het mengprofiel dat niet aan het hoofdprofiel is toegeschreven leidt het hof af dat de verdachte de laatste is geweest die de handschoenen heeft gedragen. Het ligt dan ook in de rede dat de verdachte deze handschoenen in de rechtersteekzak van de door hem gedragen jas heeft gestopt. Tegen de achtergrond van de stukken zoals daarvan is gebleken tijdens het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep bestaat er naar het oordeel van het hof geen enkele aanwijzing voor een andere interpretatie van de bewijsmiddelen.
Uit het vorenstaande volgt dat de verklaring van de verdachte dat hij de blauwe jas nooit heeft gedragen door bewijsmiddelen wordt weerlegd. Het hof merkt deze verklaring aan als leugenachtig en kennelijk bestemd om te verhullen de waarheid dat verdachte als mededader [betrokkene 1] de jas op zijn vlucht door het weiland ter plaatse waar deze door de politie werd aangetroffen heeft achtergelaten.”
De raadsman wordt vervolgens in de gelegenheid gesteld zijn reeds kenbaar gemaakte onderzoekswensen nader toe te lichten. In dat verband deelt hij het navolgende mede:
Er is destijds ingebroken in de auto die mijn cliënt met [betrokkene 3] had gekocht. Er lag een aantal spullen in de kofferbak van die auto, waaronder spullen van mijn cliënt. Een aantal van die spullen is vervolgens uit de auto ontvreemd. De jas waarbij DNA materiaal van mijn cliënt is aangetroffen, was niet van hem maar bevond zich wel in die kofferbak. De spullen lagen allemaal door elkaar. Het is dus goed mogelijk dat DNA van mijn cliënt via secundaire overdacht op de betreffende jas terecht is gekomen. Deze stelling wordt ook ondersteund door informatie in het dossier. Zo is op pagina 229 van het dossier te lezen dat er een DNA profiel van ten minste drie personen in de kraag van de jas is gevonden. Dit past bij de stelling van mijn cliënt dat zich goederen van meerdere personen in de kofferbak van de auto bevonden.(…)
Ik heb de donkerblauwe jas, van het merk Umbro, waarop kennelijk mijn DNA is aangetroffen, wel in de auto zien liggen, maar ik heb deze jas nooit gedragen" – kennelijk leugenachtig is en is afgelegd om de waarheid te bemantelen.
binnenkantvan de kraag van de jas zijn DNA-mengprofielen verkregen van ten minste drie personen, waarvan minimaal één man waarmee het DNA-profiel van de verdachte matcht;
binnenkantvan de
beidehandschoenen uit de jas zijn DNA-mengprofielen verkregen van ten minste drie personen, waarvan minimaal één man waarmee het DNA-profiel van de verdachte matcht;
relatieve geringehoeveelheid celmateriaal van ten minste twee andere onbekende personen;
binnenkantvan de
beidehandschoenen zijn verkregen, zijn DNA-
hoofdprofielen afgeleid van een man, waarmee het DNA-profiel van de verdachte matcht;
enkelbetrekking heeft op het DNA-materiaal van de verdachte dat aan de binnenkant van de kraag van de
jasaanwezig was. Dit alternatieve scenario beantwoordt echter geenszins de prangende vraag hoe het kan dat er DNA-hoofdprofielen van de verdachte aan de binnenzijde van de beide handschoenen uit de jas zijn aangetroffen.
tweede middelklaagt dat de redelijke termijn in de appelfase is overschreden, zowel wat betreft de inzending van de stukken als ten aanzien van de behandeling van het hoger beroep.
NJ2008/358 m.n.t. Mevis, kan in cassatie niet met vrucht worden geklaagd over de overschrijding van de redelijke termijn als gevolg van het tijdsverloop vóór de bestreden uitspraak, wanneer de zaak in laatste feitelijke aanleg in tegenwoordigheid van de verdachte en/of diens raadsman is behandeld en ter terechtzitting een dergelijk verweer niet is gevoerd. Uit de processtukken van de procedure bij het hof blijkt niet dat de verdachte en zijn raadsman hebben geklaagd over de overschrijding van de redelijke termijn. Hoewel het hof kennelijk ambtshalve een overweging heeft gewijd aan de schending van de redelijke termijn, was het daartoe niet gehouden.
derde middelklaagt dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden, eveneens in het kader van zowel de inzending van de stukken als van de behandeling van het cassatieberoep.