Conclusie
middelvalt uiteen in drie klachten. De eerste klacht houdt in dat het hof zonder dat het daartoe de redenen heeft opgegeven, is afgeweken van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt (kennelijk als bedoeld in art. 359, tweede lid tweede volzin Sv), inhoudende dat wanneer de investering teniet is gegaan, er versneld dient te worden afgeschreven. De tweede klacht luidt dat het hof een verkeerd beoordelingskader heeft toegepast door te oordelen dat, hoewel de betrokkene tweemaal kosten heeft gemaakt met de inkoop van (telkens) 217 hennepplantjes, uit de tweede teelt geen voordeel is gegenereerd zodat de daarmee samenhangende inkoopkosten buiten beschouwing worden gelaten. Het middel behelst als derde klacht dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, het inbeslaggenomen geldbedrag niet in mindering heeft gebracht op de aan de betrokkene opgelegde betalingsverplichting.
“Bruto opbrengst:
A: Ik heb het huurcontract samen met [betrokkene] op 1 januari 2014 getekend.
V: Wanneer bent u op de [a-straat 1] te Zeist gaan wonen?
A: Een aantal dagen later kwam ik in de woning wonen.
V: Wat zag u op het moment dat u een aantal dagen later de woning in ging?
V: Is er u wat opgevallen in de periode dat u daar woont en nu?
A: Ik vond het apart dat ik in het weekend van 22 maart 2014 weg moest van mijn partner, [betrokkene]. Toen ik op de maandag terugkwam zag ik dat alle planten, welke tegenover de badkamer stonden, weg waren.
V: Ik, [verbalisant 2], zag dat er nu weer een aantal planten stonden. Heeft u enig idee wanneer deze daar zijn gekomen?
A: De maandag erop, 31 maart 2014, zag ik dat de ruimte weer helemaal vol stond met planten.
In het BOOM-rapport van 1 november 2010 is een tabel opgenomen met daarin de opbrengst per hennepplant. De opbrengst aan hennep per plant van de kweekruimte is volgens de tabel minimaal 27,2 gram.
De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt:
217 planten x 27,2 gram = 5,9024 kilogram.
De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt minimaal 5,9024 kilogram x EUR 3280,00 = EUR 19.359,87
(Opmerking hof: De kosten van elektra heeft het hof conform de rechtbank, ook in mindering gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel, na de rechtbank de vordering van de benadeelde partij Stedin Netbeheer B. V. voor dat deel heeft toegewezen.)”
Als de investering teniet is gedaan moet er versneld worden afgeschreven. Het verlies van de investering van mijn cliënt vermindert ook zijn criminele winst. Bij standaardaannames moet wel aansluiting worden gezocht bij de feitelijke gang van zaken. Dat is ook gebeurd in voornoemde zaak uit 2012. Daarnaast zijn de kosten te laag geschat. De inkoopprijs van de stekjes is geschat op 217 plantjes, maar als er een oogst is geweest, heeft mijn cliënt twee keer 217 planten aangeschaft. Het voordeelsbedrag dient derhalve naar beneden bijgesteld te worden.”
De verplichting tot betaling aan de Staat