Conclusie
Het middel
(i) de Rechtbank – naar de Hoge Raad ambtshalve bekend is – het door [betrokkene 11] gedane beklag ongegrond heeft verklaard, zodat de Rechtbank, nu klaagster in haar klaagschrift geen andere klachten tegen de inbeslagneming heeft opgeworpen dan die betreffende het verschoningsrecht van [betrokkene 11] , klaagster niet-ontvankelijk had dienen te verklaren in haar beklag en
(ii) ik heden – naar de Hoge Raad eveneens ambtshalve bekend is – in de zaak van [betrokkene 11] concludeer tot verwerping van het ingestelde beroep.
Indien de Hoge Raad mij daarin volgt, zal de ongegrondverklaring van het door [betrokkene 11] gedane beklag onherroepelijk worden. Dat brengt dan mee dat, aangezien die onherroepelijke beslissing in de zaak van klaagster “tot uitgangspunt” moet worden genomen, klaagster geen rechtens te respecteren belang heeft bij vernietiging van de bestreden beschikking.