Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat met betrekking tot het zogenoemde apothekersgesprek (het gesprek tussen verzoekster en haar zus die in een apothekerswinkel in Den Haag werkte) de motivering van de gegeven vrijspraak van de in zaak A onder 2 tenlastegelegde voorbereidingshandelingen niet te verenigen valt met de motivering van de bewezenverklaring van het in zaak A onder 1 tenlastegelegde.
tweede middelkomt met motiveringsklachten op tegen de bewezenverklaringen van het in zaak A tenlastegelegde en valt uiteen in vier klachten.
onder 1A
“Nadere overweging omtrent de bewezenverklaring
Deelneming aan een (terroristische) criminele organisatie (onder IA en 1B)
wijwillen hem bij Gods wil oproepen tot de Islam’ (gezien de context gaat daarbij om de politicus Van Aartsen). Twee dagen later wordt de verdachte samen met [betrokkene 1] aangehouden. [betrokkene 1] heeft op dat moment een schietklaar automatisch wapen (Agram 2000) in zijn tas.
derde middelklaagt dat het Hof is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt inzake het zogenoemde apothekersgesprek zonder de redenen op te geven die tot de verwerping van dit standpunt hebben geleid.
Trouwens wie komen bij jou, bij in de apotheek?
ntv) bekende mensen bij jou?
nee, ik bedoel, je weet, mensen die werken met die bruine[opm. vert. zij bedoelt: een bruine vrouw want in het Arabisch of Berbers is er onderscheid in de formulering tussen een vrouwelijk en mannelijk geslacht]
wie komt allemaal, komt Remkes ook?
wie nog meer, Van Aartsen?
Van Aartsen?
heb jij hun adressen?
maar je kent het adres van “van Aartsen”?
ik ga jou een keer bellen om zijn adres aan mij te geven, Allah zal jou behoeden
waarom?
zo maar
nee, je hoeft het alleen maar aan mij te geven, Ik zweer bij Allah, je weet, in ieder geval. Wij willen hem laten bekeren tot de (het hof begrijpt:) Islam via Daawa doen.
ja, en je weet niet waar de “Bruine” werkt?
is meermalen uitgewerkt. In een eerdere uitwerking (Piranha, INL, map 25, pagina 8331 e.v.) gaat het vanaf minuut 10.33 eerst over een bekende vrouw die bruin is en een kankerwijf. Daarna over ‘die zwarte vrouw’.
Uit de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep op 25 februari 2014 begrijpt het hof dat het hier telkens om Hirsi Ali ging.
op pagina 8337 is weergegeven als " [verdachte] : Nee, je moet het me alleen maar geven. Ikke... ikke... ik zweer bij God... je weet wel... wij willen hem bij Gods oproepen tot de Islam, daawa doen”
vierde middelklaagt dat het Hof is afgeweken van uitdrukkelijk onderbouwde standpunten van de verdediging inhoudende telkens een betwisting van de bruikbaarheid van de verklaringen van medeverdachte [betrokkene 2] .
2] De verklaringen van [betrokkene 6] en [betrokkene 2]
vijfde middelklaagt dat het Hof is afgeweken van uitdrukkelijk onderbouwde standpunten van de verdediging inhoudende dat de verklaring van [betrokkene 14] niet bruikbaar is voor het bewijs bij gebrek aan betrouwbaarheid, zonder de redenen voor deze verwerping op te geven.
Hij verklaarde dat Jason handgranaten naar het arrestatieteam had gegooid.”
“Sjeik uit Syrië”.
De reden dat ik dit allemaal vertel is dat ik Sjiiet ben en hij mijn volk wil vermoorden. [betrokkene 1] is een Soeniet. Deze mensen gebruiken geweld tegen mijn volk.”
over zijn familie en over zijn vlucht uit Irak etc.. Hij vertelde ook dat hij angstig was om teruggestuurd te worden als hij zou vrijkomen.”
“was het verhaal van de dag”in de inrichting.
de reden dat ik dit allemaal vertel is dat ik Sjiiet ben en hij mijn volk wil vermoorden. [betrokkene 1] is een Soeniet.”
op 22 juni 2005 naar toe ging. De rechtbank is van oordeel dat niet onomstotelijk is komen vast te staan dat verdachte op die dag (22 juni 2005) onderweg was om mevrouw A. Hirsi Ali en de heer G. Wilders te vermoorden, zoals de getuige op 10 november 2005 bij de politie en op 1 december 2005 bij de rechter-commissaris heeft verklaard dit van verdachte te hebben vernomen.”
zesde middelklaagt over een bepaalde zinssnede in de strafmotivering.
“Oplegging van straffen en maatregel
het extremistisch gedachtegoed(onderstreping, AG) van de personen die van de organisatie deel uitmaakten, actief uitgedragen, zich nauw met die personen verbonden betoond en heeft, voorts, met dit oogmerk, vuurwapens voorhanden gehad.
zevende middelheeft betrekking op zaak B en keert zich tegen het oordeel van het Hof dat bij verzoekster sprake is van medeplegen van het voorhanden hebben van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde wapens en munitie, en klaagt verder dat het Hof is afgeweken van een in dat verband ingenomen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging zonder daartoe de redenen op te geven.
onder 1
achtste middelbevat de klacht dat het Hof het “ne bis in idem” beginsel en/of de “onschuldpresumptie” heeft geschonden omdat het Hof zowel onder 1 als onder 2 [9] het voorhanden hebben van een Agram 2000 met bijbehorende munitie, een geluiddemper, een CZ type Vz-61 Scorpion bewezen heeft verklaard en het Openbaar Ministerie dienaangaande ontvankelijk heeft verklaard, zulks nu verzoekster, naar het Hof heeft vastgesteld, eerder is vervolgd [10] voor het medeplegen van het voorhanden hebben van dat wapen en die munitie en daarbij is vrijgesproken van het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken, althans dat het Hof “het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt strekkende tot niet ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in het recht tot strafvervolging wegens schending van het ”ne bis in idem beginsel” en/of de “onschuldpresumptie” op onjuiste althans ontoereikende gronden heeft verworpen”.
Standpunt van de verdedigingDe verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het recht tot strafvervolging van de verdachte, wegens schending van het ‘ne bis in idem’-beginsel, de beginselen van een behoorlijke procesorde, in het bijzonder het vertrouwensbeginsel, en het bepaalde in artikel 255 Sv Pro, door tegen de verdachte een vervolging in te stellen ter zake van feiten die eerder waren geseponeerd.