Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
subonderdeel 1.1hebben [verzoekers] niet louter aangevoerd dat zij door toedoen van [verweerder] niet de beschikking hebben over het bedrag van USD 1.4 miljoen dat zij in de zaak jegens Zorg en Hoop eventueel zouden moeten terugbetalen aan Zorg en Hoop. Volgens [verzoekers] is de kern van de zaak er immers in gelegen dat [verweerder], door middel van de structuur van rechtspersonen met Zorg en Hoop en Cashtra, de erflater het grootste deel van zijn vermogen heeft willen ontfutselen, waaronder USD 1 miljoen en hebben zij dit in de procedure ook ondubbelzinnig aangevoerd. Subsidiair klaagt subonderdeel 1.1 dat voor zover rov. 2.7 aldus moet worden gelezen dat het Gemeenschappelijk hof heeft gemeend dat [verzoekers] de hiervoor weergegeven stellingen niet aan hun vordering ten grondslag hebben gelegd, het Gemeenschappelijk hof een onbegrijpelijke uitleg heeft gegeven aan de gedingstukken.
aan hem verschuldigdekoopprijs (indirect)
aan zichzelf zou voldoenom vervolgens een groot gedeelte van “zijn eigen geld” te storten op een bankrekening van Cashtra.”
onderdeel 2klaagt.
onderdelen 3 en 4bouwen op het voorgaande voort en behoeven geen nadere behandeling.