Conclusie
[verweerster 2]
1.Feiten
2.Procesverloop
dat er geen sprake was van wijzigingen, derhalve inhoudende dat hij(hof: [eiser]) [10] in de voorgaande periode zijn werkzaamheden gewoon op vier dagen per week uitvoerde. In de stukken is van die vragenlijst melding gemaakt maar het stuk is niet als productie overgelegd. Met het oog op de over te leggen stukken wordt iedere verdere beslissing aangehouden.”
volledigearbeidsgeschiktheid nodig.
“Waar [eiser] van 25 maart 1999 – 23 april 2001 in eigen functie vrijwel volledig had uitgeoefend, bedroeg in die periode de mate van zijn arbeidsongeschiktheid niet meer dan 10 à15%”(punt 8). Een dergelijke formulering wijst immers niet direct op een situatie van
volledigearbeidsgeschiktheid gedurende minimaal vier weken. Ook spoort dit niet [12] met hetgeen [eiser] op 22 april 2001 op de overgelegde bijlage bij de vragenlijst in het kader van de WAO heeft ingevuld, te weten dat hij in de periode tussen 1 januari 2001 en 25 april 2001 op 4 dagen per week 9 uur per dag werkte. Gelet op hetgeen hierboven is overwogen is ook dat minder dan een volledige werkweek, waarbij het hof aantekent dat [eiser] volgens zijn werklijsten (zie hierboven) duidelijk minder dan gemiddeld 9 uur per dag werkte.
heeft op het voormelde vragenformulier van 22 april 2001 aangegeven dat zijn behandelend neuroloog, dr. Geerlings, het – volgens zijn stelling bij akte overlegging na tussenarrest van 31 december 2013 (punt 11) “vanaf mei 2001” – hervatten van de volledige eigen werkzaamheden zonder beperkingen mogelijk achtte. Ook indien van de juistheid van die mededeling wordt uitgegaan (…) legt dit in het licht van het bovenstaande naar het oordeel onvoldoende (concreet) gewicht in de schaal, aangezien de arbeidsrechtelijke lat is gebaseerd op de feitelijke situatie en de feiten – [eiser] heeft niet minstens een periode van vier weken het volledige aantal uren per week gewerkt – zonder nadere toelichting, welke ontbreekt – geen basis bieden voor de vaststelling dat er daadwerkelijke sprake is geweest van een periode van tenminste vier weken volledige arbeidsgeschiktheid. Het is immers de vraag of een oordeel vooraf van een arts overeenstemt met wat vervolgens in de praktijk zal blijken. (…)
3.Inleiding
volledigearbeidsgeschiktheid nodig.”
4.Bespreking van de klachten
269lid 10 BW, is allicht bedoeld art. 7:
629lid 10 BW. Ik zal de klachten aldus lezen.
eerste onderdeelkant zich tegen rov. 4 en 5 van het arrest van 4 november 2014. Het verwijt het Hof de leer van de bindende eindbeslissing te miskennen door – zonder te voldoen aan de daaraan te stellen vereisten – terug te komen van de in rov. 6 van het arrest van 5 november 2013 gegeven bindende eindbeslissing omtrent het (niet) van toepassing zijn van art. 7:629 lid 10 BW Pro. In ieder geval zou het Hof een ontoelaatbare verrassingsbeslissing hebben genomen door in het eindarrest de zaak op deze wijze af te doen. Gelet op het partijdebat in appel was een dergelijke beslissing niet voorzienbaar. De werkwijze van het Hof zou de goede procesorde en het recht op een eerlijk proces schenden, aldus nog steeds de cassatiebezorger.