ECLI:NL:RBROT:2017:4136
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en onaantastbaarheid besluit WAO-uitkering na bezwaar en beroep
Eiser verzocht terug te komen op het besluit van 2 maart 2000 waarin hem een WAO-uitkering werd toegekend, stellende dat zijn voormalig werkgever onjuiste verklaringen had afgelegd en dat de loonwaarde ten onrechte was vastgesteld. Verweerder wees dit verzoek af, stellende dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank stelde vast dat het besluit van 2 maart 2000 rechtens onaantastbaar is geworden, mede door eerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. De rechtbank volgde de nieuwe toetsingsmethode voor herhaalde aanvragen op grond van artikel 4:6 Awb Pro, waarbij wordt getoetst of het bestuursorgaan zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn.
De door eiser aangevoerde stukken, waaronder een verklaring van de voormalig werkgever uit 2007, werklijsten en een groene kaart, vormden geen nieuwe feiten. De rechtbank vond geen aanleiding tot het benoemen van een onafhankelijk deskundige en oordeelde dat het beroep ongegrond is. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit van 2 maart 2000 blijft rechtens onaantastbaar.