ECLI:NL:PHR:2016:482
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot horen meegebrachte getuigen en verwerping beroep op noodweer
In deze strafzaak werd verdachte door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het opzettelijk vernielen van een auto met een steekschop. Verdachte stelde dat hij handelde uit noodweer en verzocht om het horen van zijn echtgenote en zoon als meegebrachte getuigen. Het hof wees dit verzoek af met toepassing van het noodzaakcriterium, hoewel dit niet correct was bij meegebrachte getuigen. De Hoge Raad oordeelde dat de motivering van het hof voor afwijzing van het verzoek niet begrijpelijk was, maar dat dit niet tot cassatie leidde omdat de verklaringen van de getuigen geen nieuwe inzichten zouden bieden.
Daarnaast klaagde verdachte over de verwerping van zijn beroep op noodweer. Het hof had geoordeeld dat er geen sprake was van een onmiddellijke dreiging die het handelen van verdachte rechtvaardigde, mede gelet op de verklaringen van getuigen die stelden dat verdachte agressief handelde zonder dat er een noodweersituatie was. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep op noodweer.
Het arrest bevatte ook opmerkingen over de vormvereisten van het proces-verbaal en de aantekening van het mondelinge arrest, maar dit leidde niet tot vernietiging van het vonnis. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de strafrechtelijke veroordeling van verdachte.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor vernieling blijft in stand.