Conclusie
middelklaagt dat het hof ten bezware van de verdachte op stukken acht heeft geslagen die niet ter terechtzitting zijn voorgelezen of waarvan de korte inhoud de verdachte is meegedeeld.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte is veroordeeld voor het rijden onder invloed en zonder rijbewijs. Het hof legde een gevangenisstraf van één maand op en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor vier maanden.
Het cassatiemiddel klaagde dat het hof ten bezware van verdachte acht had geslagen op stukken die niet ter terechtzitting waren voorgelezen of waarvan de korte inhoud niet was meegedeeld, in strijd met artikel 301, vierde lid, Sv. De Hoge Raad oordeelde dat dit verzuim niet tot cassatie leidt indien verdachte niet in zijn belang is geschaad.
Gezien de volledige bekentenis van verdachte en de inhoud van het proces-verbaal van de terechtzitting, waarin blijkt dat verdachte op de hoogte was van de inhoud van het bewijs, was sprake van voldoende hoor en wederhoor. Het middel faalde daarom. De Hoge Raad bevestigde dat het hof het bewijs wettig en overtuigend achtte en dat de strafoplegging passend was gelet op de feiten en omstandigheden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de veroordeling van verdachte tot één maand gevangenisstraf en rijontzegging.