Conclusie
5.Het eerste middel
of omstreeksde periode van 25 januari 2008 tot en met 18 oktober 2012,
in [vestigingsplaats] , althans in de gemeente Lingewaard en/of eldersin Nederland
, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
(telkens)met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door een of meer andere(n) te doen gebruiken,
althans een of meer valse en/ofvervalste factu
(u)r
(en
)in die (bedrijfs)administratie opgenomen en/of doen opnemen, waaronder:
/of
/of
/of
/of
/of
/of
en/of
en/of
en/of
en/of
/of[I] (thans: [J] , KvK-nummer [003] ), ,
of omstreeksde periode van 26 februari 2008 tot en met 24 januari 2013,
in [vestigingsplaats] althans in de gemeente Lingewaard en/of de gemeente(n) Arnhem en/of Heerlen en/of eldersin Nederland,
of meer natuurlijke (perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen,
)opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld
een of meerdere (maand
)aangifte
(n
)omzetbelasting te naam gesteld van de Fiscale Eenheid [I] ; [verdachte] ; C.S. (sofinummer: [002] ), betreffende
het/de ja
(a)r
(en
)2008 en
/of2009 en
/of2010 en
/of2011 en
/of2012,
waaronder (zie AH-1-018 en 019):
de aangifte omzetbelasting over de maand januari 2008; en/of
de aangifte omzetbelasting over de maand januari 2009; en/of
de aangifte omzetbelasting over de maand januari 2010; en/of
de aangifte omzetbelasting over de maand januari 2011; en/of
de aangifte omzetbelasting over de maand januari 2012,
of onvolledig heeft/hebben gedaan
en/of door een ander heeft doen doen,
dat/die feit
(en
)er
(telkens
)toe strekte
(n
), dat te weinig belasting
of onvolledigheidhierin bestaan dat in die
(n
) (telkens
)
/of
/of[I] (thans: [J] , KvK-nummer [003] ), in
of omstreeksde periode van 23 juni 2009 tot en met 16 augustus 2013,
en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of
)opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld
een of meerdere (jaar
)aangifte
(n
)vennootschapsbelasting te naam
/of
/of
/of
/of
of onvolledig heeft/hebben gedaan
en/of door een ander heeft doen doen,
dat/die feit
(en
)er
(telkens
)toe strekte
(n
), dat te weinig belasting
of onvolledigheidhierin bestaan dat in die
(n
) (telkens
)
2.1 Het standpunt van de verdediging
Op grond van artikel 69 lid 3 Awr Pro vervalt het recht tot strafvervolging op grond van dit artikel, als de schuldige alsnog een juiste en volledige aangifte doet, dan wel juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen verstrekt vóórdat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat een of meer van de in artikel 80, eerste lid, bedoelde ambtenaren de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden.
NJ2010, 199 heeft de strafkamer verwezen naar een arrest van de belastingkamer van de Hoge Raad waarin bovengenoemd criterium werd geformuleerd. [7] Daaruit kan worden afgeleid dat de beide kamers geen andere uitleg aan dit criterium wensen te geven. [8] Het hof Amsterdam heeft in de door de steller van het middel aangehaalde zaak [9] ook geen ander criterium aangelegd. De feiten en omstandigheden van dat geval (het Zwitserse bankgeheim en het feit dat op de bankafschriften geen naam of rekeningnummer van de uiteindelijk opdrachtgever en begunstigde stond) maakte dat het hof tot het oordeel kwam dat een serieuze (reële) mogelijkheid bestond dat de Zwitserse bankrekening van de belastingplichtige bij het onderzoek van justitie en de belastingdienst niet zou worden achterhaald of met hem in verband zou worden gebracht.
6.Het tweede en derde middel
NJ1939, 864 oordeelde de Hoge Raad dat de verdachte niet in zijn belang was geschaad door het niet voorlezen van stukken ter terechtzitting of door mededeling van de inhoud daarvan, omdat zijn raadsman de betreffende stukken zelf ter staving van zijn verweer voor de rechtbank had overgelegd, hetgeen er blijk van gaf dat de verdachte daar de inhoud van kende. [17] Een ander voorbeeld is HR 12 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7952, waar de Hoge Raad een cassatieberoep verwierp waarin een middel werd voorgesteld dat inhield dat het hof in strijd met art. 301 Sv Pro ten bezware van de verdachte acht had geslagen op een proces‑verbaal van de politie, op de gronden die waren vermeld in de conclusie van A-G Vellinga. De A-G was van oordeel dat de verdachte niet in zijn belang was geschaad omdat het proces-verbaal – dat tot de gedingstukken behoorde – een bevestiging inhield van hetgeen de verdachte had bekend, namelijk dat hij op de in de bewezenverklaring genoemde tijd en plaats een motorrijtuig heeft bestuurd zonder dat hij over een rijbewijs beschikte. [18]
7.Het vierde middel
10. Oplegging van straf en/of maatregel
8.Het vijfde middel
NJ2006/549 volgt dat de verdediging in het algemeen een rechtens de respecteren belang mist bij een klacht over de motivering van de afwijzing van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van het openbaar ministerie. De enkele, op de voet van art. 311 lid 1 Sv Pro overgelegde vordering van het openbaar ministerie levert niet een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van art. 359 lid 2 Sv Pro op. Afwijking van die vordering behoeft dus niet nader te worden gemotiveerd. De Hoge Raad merkte wel op dat zich het geval kan voordoen dat de door de rechter opgelegde straf in die mate afwijkt van de door het openbaar ministerie gevorderde straf dat de strafoplegging zonder opgave van de redenen die tot die afwijking hebben geleid, onbegrijpelijk zou zijn.