(i) Nadat de inleidende dagvaarding op 18 april 2014 in persoon was uitgereikt aan de verdachte op een politiebureau in Den Helder, is op de terechtzitting in eerste aanleg van 7 juli 2014 noch de verdachte noch een raadsman verschenen. De politierechter heeft de verdachte bij vonnis van diezelfde datum wegens drie verduisteringen van (elektrische) fietsen en een oplichting betreffende de levering van (elektrische) fietsen veroordeeld.
(ii) Op 21 juli 2014 is door middel van een schriftelijke bijzondere volmacht van een advocaat (mr. Ausma) aan een griffiemedewerker namens de verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter.
(iii) Een akte van uitreiking, gehecht aan de dagvaarding van de verdachte in hoger beroep om te verschijnen op de terechtzitting van het hof van 4 februari 2015, houdt in dat de appeldagvaarding op 15 december 2014 is uitgereikt aan de griffier van de rechtbank Amsterdam, omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was. Voorts is op 6 januari 2015 een afschrift van de appeldagvaarding verzonden naar mr. Ausma, die zich in hoger beroep als raadsman van de verdachte heeft gesteld.
(iv) Een tweede akte van uitreiking, gehecht aan de appeldagvaarding, vermeldt dat de dagvaarding op 19 december 2014 tevergeefs is aangeboden op het adres dat de verdachte bij zijn verhoor door de politie heeft opgegeven ([a-straat 1] in Callantsoog) en vervolgens op 24 december 2014 is uitgereikt aan de griffier van de rechtbank Amsterdam, omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was. Voorts is op 24 december 2014 een afschrift van de appeldagvaarding verzonden naar het adres in Callantsoog.
(v) Een derde akte van uitreiking, gehecht aan de appeldagvaarding, houdt in dat de dagvaarding op 23 december 2014 tevergeefs is aangeboden op het in de appelakte vermelde adres van de verdachte ([b-straat 1] in Heerhugowaard)en vervolgens op 5 januari 2015 is uitgereikt aan de griffier van de rechtbank Amsterdam, omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was. Voorts is op 5 januari 2015 een afschrift van de appeldagvaarding verzonden naar het adres in Heerhugowaard.
(vi) De aan de appeldagvaarding gehechte ID-staten SKDB betreffende de verdachte van 15 december 2014, 24 december 2014, 5 januari 2015 en 4 februari 2015 houden in dat de verdachte niet was gedetineerd, dat hij sinds 25 september 2014 niet in de GBA stond ingeschreven (“Vertrokken Onbekend Waarheen (VOW)”), dat hij vanaf 23 april 2014 tot 25 september 2014 in de GBA stond ingeschreven op het adres [b-straat 1] in Heerhugowaard en dat zijn laatst opgegeven woon- of verblijfplaats Van [a-straat 1] in Callantsoog betreft (datum registratie 17 april 2014).
(vii) Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 4 februari 2015 houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:
“De verdachte, gedagvaard als
(…)
is niet verschenen.