Conclusie
1.Feiten
F. Gebruik, beheer en onderhoud van de Gemeenschappelijke Gedeelten en de Gemeenschappelijke Zaken.
(…)
nietgerekend:
(…)
11.6 Het is niet toegestaan gemetselde plantenbakken op de balkons of terrassen te plaatsen.
Ingenieursbureau Peree(…) is er naast een permanente belasting rekening gehouden met een veranderlijke belasting van 250 kg/m².
2.Het procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
moetinhouden een regeling omtrent het gebruik, het beheer en het onderhoud van de gemeenschappelijke gedeelten. Het vierde lid bepaalt dat het splitsingsreglement
kaninhouden een regeling omtrent het gebruik, het beheer en het onderhoud van de privégedeelten. Art. 5:119 lid 1 BW Pro bepaalt, voor zover van belang, dat een appartementseigenaar zonder toestemming van de overige appartementseigenaars in een gedeelte dat bestemd is om als afzonderlijk geheel door hem te worden gebruikt, veranderingen mag aanbrengen, mits deze geen nadeel aan een ander gedeelte toebrengen. Op grond van het tweede lid is hij verplicht de vereniging van eigenaars onverwijld van een verandering kennis te geven.
NJ2011/58), en dat het bij de uitleg daarvan aankomt op de daarin tot uitdrukking gebrachte bedoeling van degene die tot splitsing is overgegaan. Deze bedoeling moet naar objectieve maatstaven worden afgeleid uit de omschrijving in die akte van de onderscheiden gedeelten van het gebouw en uit de daaraan gehechte tekening, bezien in het licht van de gehele inhoud van de akte en de tekening (vgl. HR 22 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM:8933,
NJ2011/111). De rechtszekerheid vergt dat voor de vaststelling van hetgeen tot de privégedeelten respectievelijk tot de gemeenschappelijke gedeelten behoort, slechts acht mag worden geslagen op gegevens die voor derden uit of aan de hand van de in de openbare registers ingeschreven splitsingsstukken kenbaar zijn. Het hof heeft dan ook van een onjuiste rechtsopvatting blijk gegeven door voor zijn oordeel welke gedeelten gemeenschappelijk zijn, mede betekenis toe te kennen aan andere dan in de openbare registers ingeschreven stukken, waarnaar niet in de splitsingsstukken wordt verwezen.
iedereop- of aanbouw. Toetsing aan artikel 13 is Pro dan ook op zijn plaats, ongeacht of het terras gemeenschappelijk is of privé.”
buitenzijdevan het gebouw alsmede de
buitenzijdevan een privé gedeelte. Hiervan is te onderscheiden de regeling van het gebruik van privégedeelten zelf, die is te vinden in de artikelen 17 e.v. van het splitsingsreglement. Het onderdeel verwijst in dat kader ook naar de artikelen 11 lid 6 en 11 lid 7 van het huishoudelijk reglement en naar art. 13 van Pro dat reglement, waarin volgens het onderdeel niet besloten ligt een verbod tot plaatsing van een constructie als de onderhavige met windschermen en zonwering op een tot het privégedeelte behorend terras. Het onderdeel klaagt verder dat ondeugdelijk is de uitleg die het hof geeft aan art. 13 lid 1 van Pro het splitsingsreglement, voor zover het hof heeft geoordeeld dat het zou gaan om
iedereop- of aanbouw. Het hof heeft daarmee miskend dat art. 13 lid 1 slechts Pro ziet op de op-, aan-, of onderbouw van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken, zoals geregeld in hoofdstuk F, dat dient ter uitvoering van art. 5:112 lid 1 aanhef Pro en onder c, BW (een regeling omtrent het gebruik, het beheer, en het onderhoud van de gedeelten die niet bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt). De door het hof gegeven uitleg verdraagt zich ook niet met het bepaalde in art. 5:119 BW Pro, waaruit voortvloeit dat een appartementseigenaar zonder toestemming van de overige appartementseigenaars in een gedeelte dat bestemd is om als afzonderlijk geheel door hem te worden gebruikt, veranderingen mag aanbrengen, mits deze geen nadeel aan een ander gedeelte toebrengen. Het in art. 13 lid 1 van Pro het splitsingsreglement bepaalde laat volgens het onderdeel niet de uitleg toe dat deze bepaling is aan te merken als een bepaling als bedoeld in art. 5:119 lid 4 BW Pro dat, voor zover van belang, bepaalt dat bij het splitsingsreglement van het bepaalde in art 5:119 BW Pro kan worden afgeweken.
In het licht van het hiervoor in 3.3 geschetste onderscheid dient de feitenrechter in een appartementsrechtengeschil dat hem wordt voorgelegd, eerst na te gaan of het gedeelte waar het geschil betrekking op heeft, een gemeenschappelijk gedeelte dan wel een privégedeelte betreft. Vervolgens dient hij aan de hand van de van toepassing zijnde splitsingsakte en het splitsingsreglement na te gaan of en, zo ja, welke regels gelden voor het gedeelte in kwestie. In de onderhavige zaak bevat het splitsingsreglement artikelen die specifiek betrekking hebben op het gebruik, beheer en onderhoud van gemeenschappelijke gedeelten en zaken (Hoofdstuk F, artikelen 9 t/m 16) en artikelen die specifiek betrekking hebben op het gebruik, beheer en onderhoud van privégedeelten (Hoofdstuk G, artikelen 17 t/m 23).
In appel hebben partijen gedebatteerd over de vraag of het dakterras een privégedeelte is dan wel behoort tot de gemeenschappelijk gedeelten (zie de grieven VI, VIII en IX in het principaal appel). Het hof heeft over deze grieven niet expliciet zijn oordeel gegeven en heeft de kwestie in rov. 3.2.1 in het midden gelaten, evenals de rechtbank dat had gedaan (rov. 4.5). Echter, nu het hof in rov. 2.3 bij de feitenvaststelling heeft overwogen dat [eiseres]
eigenaaris van ‘het appartementsrecht (met dakterras) aan de [a-straat] nummer 79’ en dit oordeel in cassatie niet is bestreden, moet ervan worden uitgegaan dat het dakterras van [eiseres] een privégedeelte betreft.
Overigens is uit de omschrijving van het appartementsrecht van [eiseres] in de splitsingsakte (prod. 2 inleidende dagvaarding, p. 42-43) niet duidelijk af te leiden of het dakterras een privégedeelte is of tot de gemeenschappelijk gedeelten behoort. Ook het splitsingsreglement geeft geen uitsluitsel, zij het dat daarin in art. 9 lid Pro 1, aanhef en onder a, onder meer als gemeenschappelijk worden aangemerkt de daken met en de dakbedekking alsmede de vloeren die de scheiding vormen tussen gemeenschappelijke gedeelten of tussen (een) gemeenschappelijk gedeelte en (een) privégedeelte(n) of tussen privégedeelten. Dit zou erop kunnen duiden dat het dakterras moet worden aangemerkt als gemeenschappelijk.
of een privé gedeeltevan zonneschermen en in het algemeen uitstekende voorwerpen slechts mag geschieden met toestemming van de vergadering of volgens de regels te bepalen in het huishoudelijk reglement. De constructie die [eiseres] heeft aan laten leggen weegt om en de nabij 1700 kilo en is geplaatst
ophet dakterras. De constructie is dan ook in ieder geval aan te merken als ‘een uitstekend voorwerp’ dat is geplaatst aan de
buitenzijdevan het gebouw. De constructie bevindt zich immers niet in het gebouw zelf. Deze omstandigheden zijn voor het hof klaarblijkelijk doorslaggevend geweest om te oordelen zoals het heeft gedaan. In het licht van de ratio van art. 13 van Pro het splitsingsreglement is het oordeel allerminst onbegrijpelijk. Niet valt immers in te zien waarom het plaatsen van zonneschermen door een individuele appartementseigenaar aan de buitenkant van het complex wel toestemming behoeft van de vergadering en het plaatsen aan de buitenkant van een constructie die het veelvoudige weegt - en ook qua aanzien van het gebouw veel ingrijpender is - niet. In dit verband is tevens te wijzen op art. 14 lid 1 van Pro het splitsingsreglement, op grond waarvan eigenaars en gebruikers als hoofdregel geen verandering in het gebouw mogen aanbrengen waardoor het architectonische uiterlijk of de constructie ervan gewijzigd zou kunnen worden. Hoewel deze bepaling blijkens de bewoordingen (‘in het Gebouw’) alleen betrekking heeft op inpandige veranderingen, heeft zij ook een uitstralende werking in die zin dat de ratio ervan meebrengt dat ook ingrijpende veranderingen aan de buitenkant van het complex, in dit geval op een dakterras, toestemming behoeven van de vergadering.
ópeen balkon of
ópeen terras, voor zover dat behoort tot het privégedeelte. Het oordeel van het hof impliceert, aldus nog steeds het onderdeel, dat art. 13 lid 2 van Pro het splitsingsreglement met zich brengt dat voor plaatsing van windschermen toestemming van de vereniging van eigenaren benodigd is, nu deze zouden zijn aan te merken als bloembakken en als ‘in het algemeen uitstekende voorwerpen’ in de zin van dat artikel. Volgens het onderdeel is het bestreden oordeel in zoverre dan ook niet voldoende gemotiveerd.