Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof door zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde bewezen te achten de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten.
“Ten aanzien van het litteken in het gezicht
primairten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Ten aanzien van de wond op het achterhoofd
subsidiairten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Zwaar lichamelijk letsel
tweede middelbehelst de klacht dat het oordeel van het hof dat de gebitschade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde, onbegrijpelijk en/of onvoldoende is gemotiveerd.