Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
eerstehalfjaar van 2011 bij aangifte (aanvankelijk) gebruik gemaakt van de goedkeuring in het Besluit van 9 februari 2009, die terugwerkte tot 1 januari 2008. Zij heeft in haar aangifte over het tijdvak december 2011 voor het privégebruik van de auto over het eerste halfjaar van 2011 een forfaitair berekend bedrag aangegeven van € 920. Dit bedrag is als volgt berekend: 6/12 x 12% x 25% x € 61.350 = € 920.
tweedehalfjaar van 2011 heeft belanghebbende gebruik gemaakt van de goedkeuring in het Besluit van de staatssecretaris van Financiën van 29 juni 2011, in werking getreden op 1 juli 2011. Zij heeft in haar aangifte over het tijdvak december 2011 voor het privégebruik van de auto over het tweede halfjaar van 2011 een bedrag forfaitair berekend aangegeven van € 828. Dit bedrag is als volgt berekend: 6/12 x 2,7% x € 61.350 = € 828.
eerstehalfjaar van 2011 heeft zij aangevoerd dat ter zake van het privégebruik van de auto geen omzetbelasting verschuldigd is, omdat het onderwerpelijke besluit ultimo 2011 is ingetrokken en ook overigens op dat moment geen wettelijke bepaling zou zijn aan te wijzen op grond waarvan belanghebbende ter zake van het privégebruik van de auto in het eerste halfjaar omzetbelasting verschuldigd is. Belanghebbende verlangt daarom teruggaaf van de voldane omzetbelasting.
tweedehalfjaar heeft belanghebbende zich beroepen op de in Besluit van 29 juni 2011 neergelegde mogelijkheid om in plaats van de forfaitaire methode te kiezen voor een berekening van de verschuldigde omzetbelasting op basis van het werkelijke privégebruik. Ter bepaling van het werkelijke privégebruik en de daarmee samenhangende kosten is volgens belanghebbende een kilometeradministratie niet vereist. Volgens belanghebbende mag alternatief ook worden berekend op basis van het (totale) brandstofverbruik, gemiddeld kilometrage en daarmee samenhangende gegevens.
eerstehalfjaar van 2011 volledig achterwege kan blijven, omdat er in het laatste heffingstijdvak van 2011 geen nationale rechtsgrond is om het privégebruik te kunnen belasten.
tweedehalfjaar van 2011 heeft belanghebbende primair gesteld dat de correctie wegens privégebruik van de auto beperkt dient te blijven tot € 226, zijnde het door haar geraamde percentage privégebruik (24%) vermenigvuldigd met de in dat halfjaar gemaakte autokosten.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
bijvoorbeeldaan de hand van een kilometeradministratie ....”. De term bijvoorbeeld biedt ruimte voor het gebruik van statistische gegevens.
Klacht 1: geen wettelijke grondslag voor voldoening omzetbelasting privégebruik auto
effectief [58] van toepassing werden op het privégebruik van een auto van de zaak. [59] Toepassing van die bepalingen was echter, evenals het geval was onder het oude regime, veelal niet erg praktisch, want administratief bewerkelijk en kostbaar. Daarom bleef de mogelijkheid bestaan te opteren voor toepassing van een goedkeuringsbesluit. [60] Dit Besluit van 29 juni 2011 voorzag in een forfaitaire berekening van de ter zake van het privégebruik verschuldigde omzetbelasting van 2,7% van de cataloguswaarde van de auto. [61] De staatssecretaris van Financiën meende dat de forfaitaire berekening van de omzetbelasting niet in strijd zou zijn met het Unierecht.
5.Klacht 2: statistische gegevens toegestaan bij bepaling omvang privégebruik
zakelijke gebruikaannemelijk maken, de inspecteur de omvang van het
privégebruik. [115] In dit kader is de belastingplichtige gehouden gegevens aangaande het gebruik van de auto over te leggen. [116] De Hofuitspraak is daarmee naar mijn mening in overeenstemming.