Conclusie
Raad van bestuurS&TZG: [verzoeker 1] (voorzitter) en [verweerster 21] (wegens ziekte afwezig). Meavitagroep: [verzoeker 2] (voorzitter), [verweerder 23] en [verweerster 22] .
Toezichthoudend orgaanS&TZG: [verweerder 36] (voorzitter), [verweerder 31] , [verweerder 32] en [verweerder 35] . Meavitagroep: [verweerder 29] (voorzitter), [verweerster 33] , [verweerder 38] , [verweerder 26] , [verweerder 39] , [verweerder 37] en [verweerster 27] .
raad van bestuur Meavita Nederland, Meavitagroep, Thuiszorg Groningen, Sensire en Vitras:[verzoeker 1] (voorzitter), [verweerster 21] , [verzoeker 2] en [verweerster 22] .
raad van commissarissen Meavita Nederland:[verweerder 29] (voorzitter), [verweerster 33] , [verweerder 31] en [verweerder 32] .
early warningrapportages bespreekt PwC de verschillende problemen bij elk van de werkmaatschappijen van het Maevita-concern. Gewezen wordt onder andere op onvoldoende AO/IC, de onmogelijkheid om de productieafspraken te checken ten opzichte van de realisatie (bij Thuiszorg Groningen en Sensire), onvoldoende informatievoorziening en de zorgelijke liquiditeit van de Meavitagroep. In de interimrapportage van 5 december 2007 wijst PwC op de zwaar verlieslatende situatie en de zorgelijke liquiditeitspositie. PwC schrijft:
2.Het procesverloop
3.De bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel 1luidt als volgt.
een vonnis, op straffe van nietigheid, moet worden
gewezendoor het wettelijk voorgeschreven aantal rechters. De ondernemingskamer bestaat op grond van art. 66 lid 2 RO Pro uit drie rechters en twee deskundige leden. Volgens art. 230 lid 1 sub g Rv Pro moet een vonnis de naam of de namen vermelden van de rechter of de rechters die het vonnis hebben gewezen. Deze eisen zijn van overeenkomstige toepassing op beschikkingen (art. 287 lid 1 Rv Pro).
uitspreekt. De ondertekening hoeft dus niet noodzakelijk te geschieden door de rechter (de rechters) die het vonnis wijst (wijzen). Het gaat echter in deze zaak niet zozeer om de ondertekening van het vonnis. Het wijzen van een vonnis en de ondertekening daarvan zijn verschillende zaken. [9]
het wijzenvan het vonnis (of het geven van een beschikking [10] ), in functie moet zijn, en dus niet mag zijn gedefungeerd. De centrale vraag in de onderhavige zaak is: wanneer kan worden gesproken van
het wijzen van een vonnis?Is dat (1) nadat een beslissing is genomen over het te vellen oordeel en over de hoofdlijn van de motivering? Of is dat (2) pas nadat de rechter, of de rechters gezamenlijk, de tekst van het vonnis hebben vastgesteld?
nietde opvatting van de ondernemingskamer te zijn. Redelijkerwijs kan namelijk worden uitgesloten dat al op 6 juni 2014 de tekst van de 191 pagina’s tellende beschikking definitief was vastgesteld. Het lijkt hooguit mogelijk dat toen – één dag na de pleidooien – de inhoud van de te nemen beslissing en
de hoofdlijnenvan de motivering daarvan in het raadkameroverleg zijn besproken. De ondernemingskamer lijkt er hoe dan ook vanuit te zijn gegaan dat een vonnis al kan zijn gewezen (in dit geval: een beschikking al kan zijn gegeven) voordat alle rechters (in dit geval: raadsheren en deskundige leden) zich hebben verenigd met de uiteindelijke tekst van de uitspraak.
het tweede door den President en de Rechters in raadkamer.” [11] (curs. A-G)
dat wil zeggen de uiteindelijke vaststelling daarvan, is afgetreden;” (curs. A-G) [12]
Daar een vonnis wordt gewezen, wanneer het wordt vastgesteld zoals het wordt uitgesproken, is het vonnis, waarvan beroep, niet gewezen voordat Mr. Wedeven als raadsheer in dit Hof is geïnstalleerd en daarmede als rechter is gedefungeerd.” (curs. A-G)
gewezenvonnis is pas sprake wanneer alle rechters zich hebben verenigd met de uiteindelijke tekst ervan [16] .
dat wil zeggen: de later daadwerkelijk uitgesproken versiein raadkamer is vastgesteld (Hof Amsterdam 20 oktober 1976, NJ 1977/445.” (curs. A-G) [18]
vastgesteld”. [19] Deze laatste datum is gelegen vóór het defungeren van de betreffende raadsheer. “Vaststellen” duidt hier mijns inziens op het vaststellen van de definitieve tekst van het arrest.
gewezenvoordat alle rechters zich hebben verenigd met de uiteindelijke tekst van de uitspraak, zou bovendien leiden tot onwenselijke onduidelijkheden en afbakeningsproblemen. Bijvoorbeeld kan dan niet worden nagegaan of bij dit “wijzen” inderdaad alle beslispunten aan de orde zijn gekomen. Aldus zou niet verzekerd zijn dat het vonnis zoals dat wordt uitgesproken, is gewezen door het wettelijk voorgeschreven aantal rechters. Ik merk daarbij op dat het aanvankelijke raadkameroverleg na de mondelinge behandeling van de zaak zich in de Nederlandse praktijk niet zelden tot hoofdlijnen beperkt. Voorts kan men zich afvragen hoe ver deze benadering gaat. Als wordt aanvaard dat niet alle rechters zich met de uiteindelijke tekst van het vonnis hoeven te verenigen, is het dan bijvoorbeeld ook mogelijk dat twee van de drie rechters defungeren en slechts één van de drie rechters het op schrift stellen van het vonnis voor zijn rekening neemt? [21]
vaststellenin de zin van het bepalen van de definitieve tekst. In zoverre kom ik terug van het in de zaak KPN/SOBI door mij (impliciet) ingenomen standpunt.