Conclusie
Stichting Solutions-Center
DSW Zorgverzekeraar U.A.
Stad Holland Zorgverzekeraar U.A.
1. Feiten en procesverloop
- a) Solutions is een bij besluit van 18 december 2008 toegelaten instelling voor medisch specialistische zorg in de zin van de Wet toelating zorginstellingen. Zij verleent zorg aan patiënten met verslavingsproblematiek.
- b) DSW is een zorgverzekeraar als bedoeld in art. 1 sub b Zorgverzekeringswet Pro (Zvw). Zij sluit ter uitvoering van de Zvw verplichte zorgverzekeringen af met verzekeringsnemers (hierna: DSW-verzekerden) en maakt in dat kader tevens afspraken met zorgaanbieders waarvan zij meent dat deze doelmatige en kwalitatief goede zorg leveren.
- c) Op 1 juni 2011 is tussen Solutions als zorgaanbieder en DSW (vertegenwoordigd door Multizorg VRZ B.V.) een zorgovereenkomst gesloten, geldend gedurende de periode 1 januari 2010 tot en met 31 december 2011. Op basis van deze overeenkomst heeft DSW de declaraties van Solutions met betrekking tot de behandeling van patiënten die DSW-verzekerden waren, rechtstreeks aan Solutions vergoed conform de overeengekomen tarieven. Deze overeenkomst is op 31 december 2011 van rechtswege geëindigd.
- d) In de loop van 2012 zijn onderhandelingen gevoerd over een nieuwe zorgovereenkomst, geldend voor de jaren 2012 en 2013. Partijen bij de onderhandelingen waren enerzijds Solutions en anderzijds ENO namens Multizorg die daarbij meerdere zorgverzekeraars, waaronder DSW, vertegenwoordigde.
- e) Deze onderhandelingen hebben op 14 december 2012 geleid tot een zorgovereenkomst, geldend voor de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2013. DSW is echter geen partij bij deze overeenkomst.
primairop grond van de op 14 december 2012 tot stand gekomen zorgovereenkomst met betrekking tot de jaren 2012 en 2013 en
subsidiairop grond van de op 1 juni 2011 gesloten zorgovereenkomst met betrekking tot de jaren 2010 en 2011.
meer subsidiairevordering ertoe strekkende dat DSW op straffe van een dwangsom de door Solutions aan DSW-verzekerden geleverde zorg vergoedt op grond van de verzekeringsovereenkomsten tussen de betrokken verzekerden en DSW en de tussen de betrokken verzekerden en Solutions gesloten lastgevingsovereenkomsten. Aan deze laatste vordering heeft Solutions ten grondslag gelegd dat zij met DSW-verzekerden lastgevingsovereenkomsten heeft gesloten op grond waarvan zij in deze procedure op eigen naam voor die verzekerden betaling kan vorderen van haar wegens geleverde zorg opgemaakte facturen. [2]
grief 5wordt opgekomen tegen de verwerping van de meer subsidiair aangevoerde grondslag voor de vordering van Solutions (MvG nr. 2.23). In dat verband wordt aangevoerd (i) dat er overeenkomsten van lastgeving zijn gesloten tussen DSW-verzekerden en Solutions (MvG nrs. 2.24-2.25 en prod. 2) en (ii) dat de polisvoorwaarden niet aan inning van de vergoedingen van verzekerden door Solutions op eigen naam in de weg staan (MvG nrs. 2.26-2.27).
persoonlijk” is en “
niet overdraagbaar aan derden”. Deze bepaling brengt mee dat de aanspraak op vergoeding van die kosten als een persoonlijk recht heeft te gelden dat slechts door de verzekerde zelf (of namens hem) kan worden uitgeoefend, en niet door een ander op eigen naam. Solutions is dus niet bevoegd dergelijke vorderingen op eigen naam te innen. (…)’
2.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel 1worden verschillende klachten geformuleerd tegen de rov. 11 en 12 van het bestreden arrest. Het valt uiteen in drie subonderdelen (‘klachten’), hierna genummerd 1.1 t/m 1.3.
bij de uitleg van het polisbedingblijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot de begrippen ‘lastgeving ter incasso’ en ‘persoonlijk recht’.
eerstezou het hof hebben miskend dat bij lastgeving ter incasso geen sprake is van overdracht van de te incasseren vordering, zoals in de onderhavige polis is uitgesloten. Het feit dat art. 15 lid 5 van Pro de polisvoorwaarden een overdracht uitsluit, verhindert volgens het middel dan ook niet dat de gerechtigde een ander de last geeft om de vordering (in voorkomend geval op eigen naam) voor hem te incasseren.
tweedezou het hof hebben miskend dat de kwalificatie ‘persoonlijk recht’ in de – naar objectieve maatstaven uit te leggen – polisvoorwaarden slechts betekent dat het desbetreffende (verbintenisrechtelijke) recht – in tegenstelling tot een absoluut recht – slechts tegenover een of meer bepaalde andere(n) kan worden geldend gemaakt. Dat sluit volgens het middel geenszins uit dat het verzilveren van het desbetreffende recht aan een derde wordt gelaten en dat die derde dat op eigen naam doet.
‘persoonlijk en niet overdraagbaar aan derden’is. Het is bij de uitleg van dit contractuele begrip, kennelijk met toekenning van een bijzonder gewicht aan het element ‘persoonlijk’, tot het oordeel gekomen dat het volgens de polisvoorwaarden de verzekerde – afgezien van het contractuele overdrachtsverbod – evenmin is toegestaan de vordering jegens DSW door een ander krachtens lastgeving op eigen naam te laten innen.
‘persoonlijk en niet overdraagbaar aan derden’is. Het is niet onbegrijpelijk dat het hof bij de objectieve uitleg van dit contractuele dubbelbegrip, met lezing van de elementen ‘persoonlijk’ en ‘niet overdraagbaar’ in onderlinge samenhang, tot het oordeel is gekomen dat de polisvoorwaarden ook een lastgeving tot inning op eigen naam niet toestaan. [19] Dit oordeel behoeft ook geen nadere motivering. De stelling omtrent het bij de uitleg in ogenschouw te nemen gezichtspunt is in feitelijke aanleg niet naar voren gebracht.
uitlegvan het polisbeding. Zij is in cassatie aangevallen, doch, zoals hiervoor is gebleken, tevergeefs.
doorwerkingvan het (aldus uitgelegde) polisbeding in de rechtspositie van Solutions. Deze beslissing wordt in cassatie niet, althans niet met argumenten bestreden. Zij is echter niet vanzelfsprekend.
magverlenen, neemt niet weg dat hij dit rechtens wel
kan.