Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 26 mei 2015
STICHTING SOLUTIONS CENTER,
DSW ZORGVERZEKERAAR U.A.,
STAD HOLLAND ZORGVERZEKERAAR U.A.,
advocaat: mr. D. van Tilborg.
Het geding
De beoordeling van het hoger beroep
a. Solutions is een bij besluit van 18 december 2008 toegelaten instelling voor medisch specialistische zorg in de zin van de Wet toelating zorginstellingen (prod. 1 inl. dagv.). Zij verleent zorg aan patiënten met verslavingsproblematiek. Zij heeft acht verslavingsklinieken. In de kliniek in Voorthuizen worden patiënten opgenomen voor intensieve behandeling. De behandeling is gebaseerd op het zogenaamde 12 stappen Minnesota Model met dien verstande dat de patiënten die voor behandeling in aanmerking komen gedurende 28 dagen worden opgenomen in de kliniek.
aanpassing of beëindiging van de overeenkomst”.De detailcontrole is op 16 april 2012 uitgevoerd. In de naar aanleiding van deze controle opgestelde concept- rapportage van 11 juli 2012 (prod.6, tweede stuk inl. dagv.) is vermeld dat de bevindingen van de detailcontrole tot de conclusie leiden dat (op een groot aantal punten) sprake is van onrechtmatige en ondoelmatige zorg. Bij brief d.d. 13 juli 2012 (prod. 6 inl. dagv.) heeft DSW de concept-rapportage aan Solutions verstuurd. In de brief deelt DSW mee dat de zorg van Solutions per direct niet meer wordt uitbetaald c.q. niet meer wordt vergoed en kondigt DSW aan dat zij zal overgaan tot het terugvorderen van alle reeds aan Solutions uitbetaalde nota’s.
wellicht voor 2012 – zoals gezegd – niet langer wil meedoen (….).”. De onderhandelingen tussen enerzijds Solutions en anderzijds ENO (Multizorg) hebben op 14 december 2012 geleid tot een zorgovereenkomst, geldend voor de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2013 (prod. 18 inl. dagv.). DSW is geen partij bij deze overeenkomst.
primairop grond van de op 14 december 2012 tot stand gekomen zorgovereenkomst en
subsidiairop grond van de op 1 juni 2011 gesloten zorgovereenkomst. Het hof begrijpt dat het totaalbedrag van die declaraties (prod. 21 inl. dagv.) € 241.749,33 beloopt.
meer subsidiairevordering ertoe strekkende dat DSW op straffe van een dwangsom de door Solutions aan DSW-verzekerden geleverde zorg vergoedt op grond van de verzekeringsovereenkomsten tussen de betrokken verzekerden en DSW en de tussen de betrokken verzekerden en Solutions gesloten lastgevingsovereenkomsten. Aan de laatste vordering heeft Solutions ten grondslag gelegd dat zij met DSW-verzekerden lastgevingsovereenkomsten heeft gesloten op grond waarvan zij in deze procedure op eigen naam voor die verzekerden betaling kan vorderen van haar wegens geleverde zorg opgemaakte facturen.
“om met een niet-gecontracteerde zorgaanbieder een overeenkomst van lastgeving te sluiten op grond waarvan de zorgaanbieder op eigen naam rechtstreeks nota’s bij DSW kan indienen”. Gegeven dit ontkennende antwoord op de vraag was er geen grond meer (en dus voor Solutions geen belang meer) om Solutions in de gelegenheid te stellen bewijs bij te brengen van de lastgevingsovereenkomsten. Grief 1 faalt.
– definitief gemaakte – rapport detailcontrole aan Solutions toegezonden. Grief 2 faalt.
wellicht niet langer (wilde) meedoen”met de contractsonderhandelingen tussen Multizorg en Solutions. De onderhandelingen voor een zorgovereenkomst voor de jaren 2012 en 2013 waren toen in zo’n vergevorderd stadium dat Solutions er geen rekening meer mee behoefde te houden dat DSW zich zou terugtrekken uit de onderhandelingen, aldus Solutions. De omstandigheid dat er een materiële controle gaande was en dat DSW voorlopig van mening was dat het declaratiegedrag van Solutions onrechtmatig was, doet daaraan volgens Solutions niet af omdat Solutions duidelijk kon onderbouwen dat haar declaratiegedrag niet onrechtmatig was en Solutions ervan mocht uitgaan dat zij eerst de kans kreeg de voorlopige conclusies van DSW te weerspreken en eventueel haar handelwijze te verbeteren voordat DSW de samenwerking zou beëindigen.
de zorg van Solutions per direct niet meer wordt uitbetaald cq niet meer wordt vergoed.”De onderhandelingen tussen Solutions en Multizorg voor een nieuwe zorgovereenkomst stonden toen (medio 2012) op het punt te beginnen of waren zojuist begonnen. Gezien de inhoud van de brief van 13 juli 2012 mocht Solutions er toen al niet op vertrouwen dat DSW met haar zou blijven samenwerken in een nieuw te sluiten zorgovereenkomst voor 2012 en 2013. Voor een dergelijk vertrouwen bestond vanaf 30 juli 2012 te minder grond toen Solutions weigerde te verschijnen op de met haar instemming geplande overlegbijeenkomst van 30 juli 2012 ter bespreking van de concept-rapportage d.d. 11 juli 2012, ook niet met een schriftelijke reactie kwam binnen veertien dagen daarna en evenmin maatregelen aankondigde waarin de bezwaren van DSW (geheel of grotendeels) werden weggenomen, doch - integendeel - bij brief van 30 augustus 2012 de conclusies van DSW gemotiveerd betwistte. Er was dus al ruimschoots vóór 16 oktober 2012 voor Solutions geen grond meer om erop te vertrouwen dat tussen haar en DSW een nieuwe zorgovereenkomst tot stand zou komen. Daaraan doet niet af dat de onderhandelaars ENO en/of Multizorg) aan Solutions nog niet hadden medegedeeld dat DSW wellicht niet meer wilde meedoen. Daaraan doet ook niet af dat Solutions intussen in 2012 al zorg had verleend aan DSW-verzekerden, voorts blijkens haar brief van 30 augustus 2012 van mening is dat alle door haar geleverde zorg aan DSW-verzekerden rechtmatig en doelmatig was en is en dat de constateringen en conclusies van DSW niet juist zijn. Gelet op de inhoud van de rapportages van DSW van 11 juli 2012 (voorlopig) en 10 augustus 2012 (definitief) omtrent het door haar verrichte onderzoek en op de inhoud van de brief van 29 april 2012 van DSW heeft DSW in redelijkheid kunnen weigeren met Solutions een nieuwe zorgverzekeringsovereenkomst te sluiten. Overigens heeft Solutions ook onvoldoende feitelijk onderbouwd dat de onderhandelingen op 16 oktober 2012 in een zodanig stadium waren dat DSW zich niet meer zou mogen terugtrekken. Blijkens de toelichting op grief 3 moesten immers de offertes nog door Solutions worden uitgebracht. Het hof volgt daarom het oordeel van de rechtbank en de daaraan door de rechtbank ten grondslag gelegde overwegingen in rov. 4.5., 4.6. en 4.7.
specialistische GGZ”als bedoeld in de polisvoorwaarden van DSW heeft geleverd, alsdan eerst moeten worden vastgesteld of de zorg die Solutions in 2012 en/of 2013 aan een individuele DSW-verzekerde heeft verleend, daadwerkelijk kan gelden als “
specialistische GGZ”die voor vergoeding in aanmerking komt. Hetgeen Solutions voor het overige onder grief 4 aanvoert, leidt niet tot een ander oordeel. Grief 4 faalt.
persoonlijk”is en “
niet overdraagbaar aan derden”.Deze bepaling brengt mee dat de aanspraak op vergoeding van die kosten als een persoonlijk recht heeft te gelden dat slechts door de verzekerde zelf (of namens hem) kan worden uitgeoefend, en niet door een ander op eigen naam. Solutions is dus niet bevoegd dergelijke vorderingen op eigen naam te innen. DSW maakt geen misbruik van bevoegdheid en handelt niet onrechtmatig door zich op dit persoonlijk karakter van de aanspraak op vergoeding te beroepen. DSW heeft er immers belang bij dat, waar de verzekerde zijn aanspraak op vergoeding doet gelden, deze daarbij uitsluitend zijn eigen belang dient. Solutions stelt dat zij er belang bij heeft dat zij vanwege het debiteurenrisico haar declaraties niet in rekening behoeft te brengen bij haar cliënten ((ex-) verslaafden), maar rechtstreeks kan indienen bij DSW. Het moge zo zijn dat Solutions het gestelde belang heeft, doch de persoonlijke aanspraak op vergoeding van een DSW-verzekerde jegens DSW strekt niet tot bescherming van dat belang. Dat belang staat er dan ook niet aan in de weg dat DSW zich beroept op het persoonlijk karakter van de aanspraak.
zoals medisch-specialisten die plegen te bieden”dan wel
“specialistische GGZ”. De door Solutions in dit geding ingestelde vorderingen zijn immers reeds op gronden vermeld in het principale appel, niet toewijsbaar. DSW heeft er echter wél belang bij dat de hierboven in rov. 12 vermelde vaststelling van de rechtbank wordt vernietigd; in dit geding kan immers in het midden blijven of die vaststelling juist is en met vernietiging daarvan wordt voorkomen dat DSW deze vaststelling tegengeworpen krijgt in een procedure waarin zij terugbetaling van declaraties betreffende het schadejaren 2010 en 2011 zou vorderen. De incidentele grief slaagt dus, zodat het beroepen vonnis op dit onderdeel moet worden vernietigd.
Beslissing
€ 6.526,- wegens salaris van de advocaat in principaal appel (2 punten, Tarief VI ) en op € 1.631,50 wegens salaris van de advocaat in incidenteel appel (1 punt, de helft van Tarief VI);