ECLI:NL:PHR:2016:978
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens schending ne bis in idem bij dubbele veroordeling poging diefstal met braak
De aanvrager werd twee keer veroordeeld voor poging diefstal met braak van een damesfiets in Utrecht op 28 september 2011. De eerste veroordeling door de politierechter werd onherroepelijk op 27 oktober 2011. Desondanks volgde een tweede veroordeling door de rechtbank Utrecht en bevestiging door het hof Arnhem-Leeuwarden.
De Hoge Raad stelt vast dat beide veroordelingen hetzelfde feit betreffen en dat de tweede veroordeling in strijd is met het ne bis in idem-beginsel zoals neergelegd in art. 68 Sr Pro. Het ernstige vermoeden bestaat dat het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zou hebben verklaard indien het bekend was geweest met de eerdere onherroepelijke veroordeling.
Daarom wordt de herzieningsaanvraag gegrond verklaard. Om doelmatigheidsredenen verklaart de Hoge Raad zelf het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de tweede zaak. De tenuitvoerlegging van de straf wordt niet geschorst. De uitspraak bevestigt het belang van het ne bis in idem-beginsel ter bescherming tegen dubbele vervolging.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens schending van het ne bis in idem-beginsel.